![]() |
WILLIE DE VROOM UIT BOXTEL
Zevenhonderd gezinnen tijdens kraamtijd geholpen![]() OP DE FOTO: Willie de Vroom is vijfentwintig jaar als kraamverzorgende in dienst bij de Thuiszorg regio ’s-Hertogenbosch. ,,Ik héb het altijd al willen worden, ik bén het geworden en ik dóe het nog steeds met veel plezier”, spreekt Willie De Vroom kort maar krachtig over het beroep van kraamverzorgende dat zij reeds vijfentwintig jaar uitoefent. Bovendien heeft zij al zeven jaar zitting in de ondernemingsraad namens de afdeling kraamzorg. Daarom werd de Boxtelse afgelopen dinsdag tijdens een receptie in het hoofdkantoor van de Thuiszorg regio ’s-Hertogenbosch in het zonnetje gezet. Bovendien werd zij maandagmiddag verrast met een huisbezoekje van burgemeester Jan van Homelen. ,,Tjonge jonge, de burgemeester. Dan zal ik maar eens opstaan”, lacht De Vroom een beetje onwennig als maandagmiddag Van Homelen ineens in haar huiskamer staat. Dankbaar neemt ze de bos bloemen in ontvangst. ,,Tja, een beetje burgemeester weet wat er allemaal te doen is in de gemeenschap. Bedankt namens al die kleine kinderen die u de afgelopen jaren heeft geholpen. Vijfentwintig jaar in dienst bij de Thuiszorg is bijzonder”, aldus Van Homelen. Op de vraag bij hoeveel gezinnen De Vroom in al die jaren kraamverzorgende was, kan zij geen zeker antwoord geven. ,,Maar zo tussen de zes- en zevenhonderd gezinnen heb ik wel gehad”, aldus De Vroom. In 1974 is de Boxtelse met de interne opleiding voor kraamverzorgende gestart. Daarna werkte zij een jaar als leerling en zodoende is ze in het vak gerold. Naar eigen zeggen had De Vroom destijds nooit verwacht zolang als kraamverzorgende te blijven werken. Niet omdat het beroep haar niet aanstond, integendeel, maar simpelweg omdat het toentertijd normaal was dat de man de kost verdiende en de vrouw thuis bleef om voor de kinderen te zorgen. Toen haar man werkeloos werd, besloot De Vroom logischerwijs haar baan aan te houden. ,,Ik moest me destijds verantwoorden hoe ik het werk met mijn gezin combineerde, terwijl de kinderen gewoon bij mijn man thuis waren”, herinnert De Vroom zich. Zij en haar kinderen beginnen te lachen als een anekdote wordt opgerakeld. ,,Mijn man ging met ons eerste kind naar het consultatiebureau en daar keken de mensen destijds erg raar van op”, aldus De Vroom. Wat haar beroep nou zo speciaal maakt is niet alleen het bezig zijn met de baby’s. ,,Nee juist ook het contact met de andere mensen eromheen heeft me altijd enorm getrokken en ik doe het nog steeds met veel plezier. Het is eigenlijk altijd feest bij een kraamgezin. Die ene keer dat het niet zo gezellig is, maakt mijn werk juist bijzonder maar ook zwaarder. Meestal is het gewoon een vrolijke bedoeling”, lacht De Vroom, die al die jaren bij de Thuiszorg is blijven werken. Alleen in de periode rond de geboorte van haar eigen twee kinderen heeft ze een ’rustperiode’ van vier jaar ingelast. Daarna is ze meteen weer als kraamverzorgende aan de slag gegaan. ,,Toen ik zelf moeder werd, kwam een collega die ik niet kende bij ons in huis. Op dat moment was ik zelf écht geen kraamverzorgende. Ik was zo blij dat er ’s ochtends iemand kwam helpen”, stelt De Vroom. Normaal gesproken heeft een gezin recht op acht dagen kraamhulp voor zestig uur. Dat wil zeggen dat De Vroom tijdens die dagen intensief met één gezin bezig is. Toch bouwt ze naar eigen zeggen niet echt een blijvende band op met de kraamgezinnen. ,,Nee, zodra ik thuis ben, probeer ik het werk van me af te zetten. Dat komt waarschijnlijk omdat ik destijds mijn handen vol had aan m’n eigen gezin”, aldus De Vroom. ,,Het fijnste is wanneer je bij de bevalling aanwezig kunt zijn en daarna ook de kraamtijd meemaakt. Dat is zo intens. Als het gezin na een paar dagen zegt dat ze er klaar voor zijn en het zonder mijn hulp ook wel af kunnen, heb je het goed gedaan.” In de laatste vijfentwintig jaar is er volgens De Vroom wel het één en ander veranderd. ,,Vroeger had ik gewoon gelijk. Wat ik zei gebeurde eigenlijk altijd binnen het kraamgezin. Tegenwoordig zijn de mensen beter geïnformeerd en moet ik me meer verantwoorden. Daarnaast zat je vroeger tijdens de wachtdienst bij de telefoon te wachten, nu pak ik mijn mobieltje en ga er gewoon op uit. Niet te ver, want we moeten binnen een uur op de plek van bestemming kunnen zijn. Ja, er is veel veranderd, maar ik pas me zo goed mogelijk aan en volgens mij lukt dat aardig.” De Vroom’s teamleider knikt instemmend. ,,Dat weet ik wel zeker”, lacht zij. Het enige nadeel van haar beroep noemt De Vroom de onzekerheid tijdens haar wachtdiensten. ,,Soms zit je drie dagen thuis te wachten op een bevalling en dan kun je eigenlijk niets concreets doen. Je kunt weinig vooruit plannen omdat de acht dagen kraamzorg automatisch opschuiven bij een te late bevalling. Maar dat gaat binnenkort gelukkig veranderen en daar kijk ik echt naar uit.”
|
13 mei 2004
|