![]() |
LIEMPDS RUNDVEEBEDRIJF IN BIJZONDER MONUMENT
’Keihard werken voor een eerlijke melkprijs’![]() Het is nog niet zo heel lang geleden dat zoontje Lars een verhaaltje vertelde dat hij de koetjes wel zou melken en papa binnen mocht gaan uitrusten. Of Lars het rundveebedrijf van Wim en Tamara Jennissen aan de Meulekensweg in Liempde ooit echt over zal nemen is de vraag. Net zoals veel agrarische bedrijven in de regio moeten er op de Hezelaarse Akkers veel inspanningen verricht worden om een redelijk inkomen te verdienen. ,,Ik weet niet of ik mijn zoon ooit de kans kan bieden om een bloeiend bedrijf over te nemen”, zegt Wim Jennissen. Een wandeling over het erf maakt duidelijk dat het rundveebedrijf van Jennissen in het hart van de Dommeldal gelegen is. In de verte stroomt de Dommel door laaggelegen weidegronden. De koeien die als stippen aan de horizon grazen zijn van Jennissen. De dieren grazen op gronden van Brabants Landschap die Jennissen ooit zelf in beheer had, maar in ruil voor een bescheiden beheersvergoeding verkocht aan de natuurorganisatie. ,,Als we toen geweten hadden dat beheersvergoedingen nu veel meer opleveren, hadden we misschien anders gehandeld. Maar dat is achteraf”, zegt de Liempdse agrariër. Tegelijk met de verkoop van de pakweg tien hectaren kocht hij elders nieuwe hoger gelegen gronden. De aanwezigheid van zoveel natuur vormt voor de bedrijfsvoering geen echte belemmering, zegt Jennissen. Natuurlijk moet hij voorzichtig omgaan met het kwetsbare beekdal, maar dat is boeren wel toevertrouwd. ,,Grond is ook bij boeren in goede handen”, benadrukt hij. ,,Ik betreur dat er de laatste jaren zoveel grond aan de agrarische sector onttrokken wordt. Ik zie dat echt als een bedreiging voor de sector. Natuurlijk is het fraai dat er veel natuur voor terugkomt, maar het wordt wel eens vergeten dat wij boeren óók natuur kunnen maken.” KATHEDRAALGLASJennissen bezit aan de Meulekensweg een rundveebedrijf met ongeveer negentig melkkoeien en 45 stuks jongvee. Daarmee runt hij een bedrijf dat afgezet tegen andere bedrijven qua omvang als ’bovengemiddeld’ gekenschetst zou kunnen worden. De productie van melk is de belangrijkste bedrijfsactiviteit; vijf keer per twee weken komt een vrachtauto van Campina langs om de tank (inhoud zesduizend liter – red.) leeg te pompen. ,,Dat gebeurt vaak midden in de nacht, als wij slapen. De chauffeur weet de weg en kan alles alleen doen”, legt Jennissen uit.
In 1993 nam Jennissen het bedrijf over van zijn ouders, die de boerderij ooit overnamen van familieleden. De boerderij staat op de gemeentelijke monumentenlijst. Dat is niet zo vreemd als men bedenkt dat het een bijzonder exemplaar is, waarvan vooral de Franse kap opvalt. Het exterieur is authentiek, op enkele kleine aanpassingen na. Het interieur is in de loop der jaren wel aangepast, maar bestaat grotendeels uit oorspronkelijke elementen, zoals prachtig kathedraalglas in de bovenlichten. De historie van de boerderij voert terug tot 1832 toen op deze plek een boerderij stond die viel onder de zogenaamde negende klasse, een aanduiding die destijds betekende dat het een bouwwerk was dat in zeer slechte staat verkeerde. De toenmalige eigenaar woonde in Vught en deed de boerderij in de loop van de 19e eeuw over aan Liempdse klompenmakers. In 1932 werd de basis gelegd voor het huidige gebouw; tegen de oude boerderij werd het huidige woongedeelte gebouwd. Zeven jaar later, in 1939, maakte de oude stal plaats voor de huidige stalruimte die tot enkele maanden geleden nog onderdak bood aan jonge dieren. ,,De huidige boerderij is dus in twee delen gebouwd en dat kun je op verschillende plekken zien”, aldus Jennissen. Opmerkelijke details van de boerderij zijn de brandmuur die het woongedeelte van de stalruimte scheidt en twee hooiluiken waarmee de nog steeds in gebruik zijnde zolder bevoorraad kan worden. Een blikvanger is de ventilatiekoker met tentdakje, die voor frisse lucht moest zorgen in de stal. De boerderij bood tot omstreeks 1970 onderdak aan een echt gemengd bedrijf, waar Jennissens ouders allerlei agrarische activiteiten ontplooiden. Naast het loonwerk (vooral dorsen – red.) werden er kippen gehouden, bezat men varkens en koeien en werd een aardige boterham verdiend met de teelt van fruit. Jennissen: ,,Langzaam maar zeker zijn de diverse activiteiten afgestoten. Eerst werd het fruit van de hoogstamboomgaard niet meer geplukt, daarna werden de kippen de deur uitgedaan omdat er niets meer mee verdiend kon worden.” SUPERHEFFINGAl enkele decennia staat de rundveeteelt centraal op het bedrijf aan de Meulekensweg. Jennissen steekt niet onder stoelen of banken dat aan de oevers van de Dommel hard gewerkt moet worden om een redelijk inkomen te verdienen. Dat is al zo sinds de invoering van de door velen verfoeide superheffing en melkquota in de jaren tachtig. ,,Het wordt steeds moeilijker om het hoofd boven water te houden omdat de melkprijzen niet stijgen. Je moet ieder jaar meer melken om te kunnen voortbestaan”, zegt Jennissen zorgelijk.Hij stelt dat de enige investering die nog rendabel zou kunnen zijn een investering in melkquota is, zodat meer gemolken kan worden. ,,We hebben wel te maken met de superheffing, maar krijgen geen fatsoenlijke prijs voor onze melk.” Bitter zegt hij dat de rundveehouders ook maar een soort Max Havelaar-keurmerk moeten krijgen, net als boeren in de derde wereld. ,,Dan krijgen wij tenminste ook een eerlijke prijs.”
Het gesprek komt op de biologische landbouw. Jennissen kent de ontwikkeling in de agrarische sector die momenteel plaatsvindt. Steeds meer boeren kiezen voor een andere wijze van produceren. Ook aan de Meulekensweg is daar vaak over gesproken. ,,Op dit moment ben ik blij dat ik de keuze niet gemaakt heb, ook al omdat het verschil tussen gangbare melk en biologische melk steeds kleiner wordt. Alle middelen waarmee wij werken worden geregistreerd en bij de instanties is precies bekend welke koe welke middelen heeft gehad. Ook onze melk verdient én heeft inmiddels een keurmerk.” Samen met zijn echtgenote Tamara, die veel administratieve zaken doet, werkt Jennissen met plezier aan het voortbestaan van zijn bedrijf. Hij vindt het jammer dat hij steeds minder boer is en af en toe zelfs het idee krijgt dat hij gekozen heeft voor een kantoorbaan. Daar staat tegenover dat er nog steeds veel belangstelling bestaat voor de manier waarop hij werkt. Het bewijs werd enkele weken geleden geleverd toen hij meedeed aan de fietstocht die de ZLTO Boxtel-Liempde had uitgezet en heel veel fietsers aanlegden op de Meulekensweg. ,,Ik vind het nog steeds jammer dat ik de mensen niet geteld heb”, lacht Tamara. ,,Maar ik weet in elk geval dat er driehonderd plakken cake zijn verdwenen. Dat zegt genoeg over de belangstelling voor ons bedrijf en voor de sector. Dat geeft veel vertrouwen voor de toekomst.”
|
16 oktober 2003
|