![]() |
IVN ORGANISEERT ZWERFTOCHT OVER KAMPINA
’Gewoon wandelen met gidsen is onmogelijk’![]() Wandelen met vier IVN-gidsen is een belevenis. In vier uur tijd wordt niet alleen de ontstaansgeschiedenis van natuurreservaat Kampina ontrafeld, maar terloops wordt ook de meest bijzondere flora en fauna voor het voetlicht gebracht. Wie met deze gidsen meeloopt moet niet terugdeinzen voor knabbelen op helse waterpeper, roeren in een malse koeienvlaai of betasten van een drukbevolkte mierenheuvel. Verslag van een bijzondere wandeltocht... Op donderdag 28 augustus is het weer zover. Dan trekken de IVN-gidsen Peet van der Horst uit Esch, Wim Schoenmakers en Eric Stols uit Oisterwijk en Charles Eekelaar uit Berkel-Enschot de Kampina in voor de jaarlijkse zwerftocht over de heide tussen Boxtel en Oisterwijk. Vier uur lang - ,,maar het kan ook best vijf uur worden”- laten ze zwervend over de Kampina zien waarom dit zo’n adembenemend natuurgebied is. Dat alles vindt plaats in de geest van de grote natuurbeschermer Van Tienhoven, die al in het begin van de twintigste eeuw het belang van de Kampina onderkende en wiens stoffelijke resten liggen begraven onder zwerfkeien, die na zijn dood uit Drenthe en de Achterhoek werden aangevoerd. Zijn prachtig gelegen grafmonument is het keerpunt tijdens de urenlange zwerftocht. De vier gidsen die volgende week op pad gaan hebben allemaal zo hun eigen levensverhaal. De een - Schoenmakers - is gepensioneerd chemicus, de ander - Eekelaar - werkte vroeger bij Philips. En Stols is projectleider, maar is heel vaak in de natuur te vinden. Peet van der Horst uit Esch is eerst en vooral huisvrouw, nadat ze vroeger als onderwijzeres voor de klas stond op de Maria Koninginschool in Boxtel. De liefde voor Kampina hebben de gidsen gemeen. Ze hebben zich aangesloten bij de natuurorganisatie IVN omdat ze zich actief met de natuur wilden bezighouden. Lid worden van Natuurmonumenten kan iedereen, zo zie je ze denken. ,,Als je je aansluit bij het IVN wil je actief iets doen voor de natuur”, vertelt Van der Horst. Net als haar collega’s volgde ze de twee jaar durende gidsencurcus. ,,Tijdens een van mijn eerste excursies in de Kampina liep bioloog Midas Dekkers toevallig mee. Nou, dat was even schrikken”, lacht de Essche. SCHAATSENRIJDERHet vertrekpunt van de wandeltocht is de parkeerplaats aan de Posthoornseweg in Oisterwijk, vlakbij camping De Reebok. De eerste schreden voeren over een pad dat links en rechts herinneringen laat zien aan een tijd dat deze camping veel verder in het bos was gelegen. ,,Waarom denk je dat die lelietjes van dalen hier staan”, roept gids Eekelaar uit. ,,Het zijn plantjes die vroeger rond de stacaravans werden geplant.”
Het beekje De Rosep is de eerste blikvanger. De aanhoudende droogte heeft het waterpeil van de beek flink verlaagd. De anders zo actieve ijsvogel laat zich niet zien, we moeten het doen met de vlotte bewegingen van de schaatsenrijder. Ondertussen wordt naar hartelust gesnoept van enorme bramen en gepraat over de zwerftocht van 28 augustus. ,,Vandaag spreken we met elkaar af wat we de mensen laten zien, zonder dat we allemaal precies dezelfde route lopen”, aldus Van der Horst. Dat blijkt al snel. Waar de Essche haar voorkeur uitspreekt voor een route rechtsom langs de Huisvennen, heeft Eekelaar de voorkeur voor linksom. De een wil naar het ene vogelkijkscherm, de ander zal zijn groep volgende week naar het andere scherm loodsen. Eekelaar: ,,Afhankelijk van het aantal wandelaars dat zich meldt splitsen we de groepen op.” Het Palingven staat zeker op het programma. Hier gingen veel mensen uit Boxtel vroeger zwemmen. Nu overheerst de stilte en wordt een troffel te voorschijn gehaald om een koeienvlaai te onderzoeken. De ene na de andere mestkever laat zich zien. Het venneke van Hoefnagels is dan al gepasseerd. Het ven ligt vol met prachtige waterlelies. ,,Maar waterlelies zijn de dood in de pot”, zucht Van der Horst. ,,De vennen groeien dicht, het water wordt te voedselrijk en verlanding is onontkoombaar.” Zwervend langs de Huisvennen passeren tal van kleine dieren de revue. De vos die aan het Meeuwenven een hol heeft gegraven laat zich niet zien. Dat geldt ook voor de boomvalk die ergens in een eik genesteld moet hebben. De levendbarende hagedis laat zich wel bewonderen, zonnebadend op een blad van een groene varen. Het prachtige diertje behoort tot de grootste populatie die in Nederland te vinden is. De bijenwolf laat meerdere keren zien hoe hij met zijn prooi door de lucht zoemt en richting nest gaat. ,,Daar wordt de verdoofde bij gevoerd aan de larven”, weet gids Schoenmakers. Bij het Kogelvangersven stuiten we op de hoornaar, een immense wesp die zich nestelt in dood berken- en wilgenhout. In gangen die ooit werden gegraven door de wilgenhoutrups vindt de hoornaar zijn voedingssappen. Wie het enorme insect ziet verschijnen, doet direct een stapje terug... TIJGERSPINVoorbij het keerpunt van de zwerftocht – de zwerfkeien van Van Tienhoven – voert de tocht over de prachtig bloeiende heidevelden. Dankzij afplagging is de heide weer terug op de Kampina, ook al heeft de droogte van de laatste weken flinke schade aangericht en zijn veel struiken dor en bruin. De zon brandt en geeft de heide de meest prachtige kleuren.De gidsen laten onderweg de mooiste flora en fauna zien. De kennismaking met zonnedauw is overweldigend, de blauwe duinsprinkhaan en de vuurvlinder laten zich van hun mooiste kant zien. En dan is er de imposante tijgerspin, die tien jaar geleden nog nauwelijks in deze streken voorkwam. De geel-zwarte spin etaleert zijn prachtige lijf, temidden van een ingenieus gesponnen web. Wie durft kan voorbij het Canadezenpad zijn hand op een immense mierenheuvel leggen waar honderden, zo niet duizenden rode bosmieren krioelen. Het lijkt wel een ministaatje waar iedereen bezig is met zijn eigen taak, zo lacht gids Schoenmakers. Na enig aarzelen gaat de hand toch maar richting mierenheuvel. ,,En nu ruiken!”, luidt het advies van de gidsen. Het mierenzuur ruikt afschuwelijk, het lijkt wel alsof de hand met azijn is overgoten. Het is een bijzondere ervaring nadat eerder al een blad van het waterpeper is geproefd. Na enig knabbelen lijkt het alsof een klein potje peper in de mond is uitgestrooid. ,,In de oorlog was er vaak geen peper en werd dit als surrogaat gebruikt”, weet gids Eekelaar. Goed om te weten... Dicht bij Oisterwijk keren we terug in de bewoonde wereld. Nabij het Belversven ligt een molensteen, die vermoedelijk herinnert aan de leerhistorie van de Boxtelse buurgemeente. De gidsen hebben elk zo hun eigen verhaal bij de geschiedenis van de molensteen, die ligt op de grens van Boxtel en Oisterwijk. Het laatste woord is er nog niet over gezegd. Even verderop maken we kennis met het levensverhaal van Franske van Dungen, een kluizenaar die tot 1941 in de bossen van Oisterwijk leefde en in zijn levensonderhoud kon voorzien door kippeneieren te leveren aan de Oisterwijkse bakkers. Na zijn dood kerfde een schaapsherder zijn sterfdatum in een boom, die er nog steeds staat. Franske’s appelboompjes zijn door de jaren heen verdwenen. De wandeling nadert zijn einde en op de laatste brug citeert gids Schoenmakers uit het werk van Guido Gezelle. Het is een passende afsluiting van een leerzame wandeling over de Kampina. De stilte van bos en heide werd alleen doorbroken door de stemmen van de gidsen. Schoenmakers, lachend: ,,Met gidsen kun je geen gewone wandeling maken, ze blijven maar praten.” Wie wil deelnemen aan de zwerftocht over de Kampina dient zich donderdag 28 augustus om uiterlijk 09.30 te melden op de parkeerplaats aan het einde van de verharde Posthoornseweg in Oisterwijk. Deelnemers moeten rekening houden met het inspannende karakter van de tocht, die ongeveer vier uur in beslag zal nemen. De IVN-gidsen adviseren deelnemers stevige wandelschoenen aan te trekken. Ook dient men zelf voor eten en drinken voor onderweg te zorgen. Aan deelname zijn geen kosten verbonden. De wandeling gaat ongeacht de weersomstandigheden altijd door. Meer informatie via www.ivnoisterwijk.nl.
|
21 augustus 2003 |