![]() |
GERARD VAN DEN BRAND NEEMT AFSCHEID VAN TPG POST
Een postbesteller had zijn vaste koffieadressen![]() Sjouwen met zware postzakken, hard trappen op de bakfiets om op tijd te zijn voor de trein, kwitanties innen, postzegels verkopen, kinderbijslag of AOW uitbetalen, aangetekende stukken aannemen, spaargeld bewaken, sjouwen over mulle zandpaadjes of modderwegen, dreigende honden. Na veertig jaar trouwe dienst bij de Post kan postbesteller Gerard van den Brand (61) uit Boxtel daar levendig over vertellen. Hoewel hij opgeleid was als machinebankwerker hield hij dat werk na diverse baantjes in het bedrijfsleven voor gezien. Op 12 augustus 1963 begon hij zijn loopbaan bij de post en trad daarmee letterlijk in de voetsporen van zijn oudste broer. ,,Van die stap ik trouwens nooit spijt gehad”, vertelt Gerard als hij aan tafel schuift voor een smakelijk gesprek. ,,Het werk als machinebankwerker was me veel te eenzijdig. Ik had geen zin dat mijn hele leven te gaan doen.” Na zes jaar stapte hij over op een baantje bij de post in zijn geboorteplaats Sint-Oedenrode. ,,Alles op het fietsje en lopend”, vertelt hij met een lachje. ,,Om 06.00 uur kwam de vrachtwagen met postzakken aan en dan moest je er al zijn. Dan werden zie zakken omgeschud op de sorteertafel en moest je alles met de hand sorteren op wijk. Elf hadden we er toen. En als je dat gedaan had, ging je instraten. Dat betekent dat je de post per straat op volgorde van bezorgen in bakken neerlegt. Dat doen we nu nog steeds trouwens. Toen had je elk poststuk zelf in handen; nu gebeurt het eerste sorteren helemaal automatisch.” Hij kreeg eerst een wijk in het dorp, maar al snel werd hem een buitenwijk toebedeeld en maakte Gerard dagelijks heel wat kilometers op zijn fietsje. ,,Vaak moest je hele stukken lopen met de fiets aan de hand omdat in het buitengebied lang niet overal verharde wegen waren. In de zomer had je mulle zandweggetjes en in de winter vaak modderpaden.” Van zijn begintijd kan Gerard leuke anekdotes vertellen. Hij herinnert zich zijn vaste koffieadressen, waar over en weer de laatste nieuwtjes werden uitgewisseld. ,,Voordat de groene bussen kwamen, begin 1980 denk ik, bracht je de mensen de post aan de deur en maakte je altijd even een praatje. Toen kende ik bijna elk gezin en wat zich daar zoal afspeelde.” Hij vertelt dat hij regelmatig met een flinke som geld rond reed. ,,Je betaalde mensen de kinderbijslag en AOW, maar het gebeurde ook dat je geld meekreeg als inleg voor de Rijkspostspaarbank. Ik weet nog dat ik eens 15.000 gulden bij me had en dat was in die tijd – ik praat dus van bijna veertig jaar geleden – een hele som geld. Nu heb je daar bewaking of een kluis voor nodig, toen reed je daar gewoon mee rond.” Met een grijns geeft hij toe dat hij twee keer door honden in de billen is gebeten. ,,Meestal loste ik het probleem met de honden op door brokjes mee te nemen. Dat werkte meestal heel goed, maar op een adres weigerde ik te komen, omdat ik al een paar keer bijna aangevallen was.” Onuitwisbaar blijft de herinnering aan een vliegtuigongeluk, waarbij hij ternauwernood aan de dood ontsnapte. ,,Ik zag in de buurt van Olland twee straaljagers boven mijn hoofd tegen elkaar klappen en ontploffen”, klinkt het ernstig. ,,Stukken staal vlogen rond en een deel van het staartstuk kwam op een haar na voor mij op de grond terecht. Dat was enorm schrikken. Ik heb alle krantenknipsels van dat voorval bewaard. Een van de piloten heeft het trouwens overleefd.” Gerard trouwde een meisje uit Boxtel, waar hij ook ging wonen. Toeval wilde dat er een plaatsje vrijkwam bij de post in Boxtel. ,,Ik moest natuurlijk opnieuw beginnen en alle straten leren kennen, want bedoeling is dat je als postbode allround bent. Ik begon in het dorp, maar kreeg na een poosje een van de buitenwijken.” Werken op het platteland trok hem nu eenmaal meer dan werken 'tussen al die stenen’. ,,De laatste jaren heb ik steeds de post in de wijk Tongeren, Luissel en Nergena bezorgd.” De fiets maakte plaats voor het bekende rode postautootje. ,,Veel mensen denken dat dat lekker gemakkelijk is, maar je moet niet vergeten dat je vaak in- en uit moet stappen. En met dit hete weer is het echt geen pretje in de auto.” Met een lachje vertelt Gerard dat je als postbesteller per auto veel regels moet kennen. ,,We hebben daarvoor een speciaal certificaat moeten halen, want je moet echt heel goed uitkijken.” Met een verlegen lachje: ,,Je kent de regels, maar soms is het wel heel verleidelijk om aan de verkeerde kant van de straat te rijden.” Het leven van postbesteller heeft zijn voors en zijn tegens. Gerard heeft nooit moeite gehad om vroeg in de ochtend te beginnen. ,,Nee, want dat betekent dat je ’s middags ook bijtijds klaar kunt zijn.” Postbezorgers moeten flink aanpoten, weet Gerard. ,,Op maandag, dinsdag en woensdag is het best rustig, maar op donderdag, vrijdag en zaterdag krijg je veel bedrijfspost en alle weekbladen. Denk maar aan Brabants Centrum, dat komt ook op donderdags uit. Die dagen heb je echt je handen vol.” Sinds enkele jaren kan Gerard het iets rustiger aan doen. ,,Dat is een regel als je 55 wordt. Dan krijg je iets meer tijd om te bezorgen en dat is wel erg prettig.” Dat hij de laatste jaren minder poststukken bezorgt, kan Gerard niet beamen. ,,Er worden door het werken met emailberichten zeker minder persoonlijke brieven geschreven; dat is waar, maar de zakelijke post is gegroeid. En in de kersttijd worden nog steeds heel veel kaarten verstuurd.” Op 29 augustus rijdt Gerard van den Brand zijn laatste rondje als postbezorger. Daarna gaat hij met de VUT. ,,Wat ik precies allemaal ga doen, weet ik nog niet. In hou van wandelen en fietsen en verder heb ik een grote groente- en bloementuin. Als bibliothecaris en lid van het Petruskoor heb ik ook nog genoeg werk te doen, dus nee, vervelen zal ik me zeker niet.”
|
14 augustus 2003 |