BOXTELSE KERKUILENGROEP BEZORGD

'Slechte muizenstand is niet goed voor jonge kerkuilen'

Boxtel telt op dit moment volgens deskundige Bert Hellings ongeveer vier broedplaatsen van kerkuilen. Hellings maakt deel uit van de kerkuilengroep, een sub-groepering van de vogelwerkgroep die weer een onderdeel vormt van de Werkgroep Natuur- en Landschapsbeheer Boxtel. Een van de broedplaatsen is te vinden bij bestuurslid Nel Dijstelbloem van de natuurwerkgroep. ,,De ringmeester in Midden-Brabant die vrijdag bij Nel een kerkuiltje van zo'n twee maanden onderzocht, constateerde dat de vogel te licht was. Het gevolg van de slechte muizenstand", denkt Hellings.

Volgens Hellings is er in heel Brabant sprake van een slechte muizenstand. ,,In dat geval wordt gesproken van een daljaar. Dat betekent dus dat er minder muizen zijn waarmee kerkuilen gevoed kunnen worden, waardoor de jonge kerkuilen te weinig voedsel binnenkrijgen en te licht zijn. Uilen die voedsel tekortkomen blijven langer in de kast en vliegen pas later uit. Dat jonge kerkuilen overal in Brabant te licht zijn, duidt op een slechte muizenstand. "

In tegenstelling tot de kerkuilen zijn steenuilen volgens Hellings niet afhankelijk van muizen. ,,Steenuilen eten vooral insecten. Maar als het echt niet anders kan eten ze ook muizen. Kerkuilen moeten het dus wel van muizen hebben. De voeding gebeurt in de avonduren en 's nachts. Eigenlijk moeten de kerkuiltjes dan zo'n drie muizen verorberen. Die muizen worden door een van de ouders in kleine stukjes gereten en aan de jongen gegeven. De stukjes die te grof zijn voor de kleintjes worden door de ouders zelf opgegeten. Als de uil zes weken oud is kunnen ze de muis vaak zelf opeten."

Nel Dijstelbloem vult aan: ,,De vader maakt vaak jacht op de muizen en brengt die naar de speciale uilenkast toe die een opening heeft van zo'n 20 bij 20 centimeter. De moeder is meestal beter in staat om de jongen te voeden. Het voeden gebeurt 's avonds en 's nachts. Het komt regelmatig voor dat ik dan wakker lig van het kabaal dat de kerkuilen maken, ze brengen een soort sissend geluid voort. Overdag liggen de kerkuilen vaak voor pampus in de kast."

BIOTOOP
Verspreid over Boxtel hangen volgens Hellings zo'n veertig nestkasten, die bedoeld zijn voor zowel kerk- als steenuilen. ,,Daarvan zijn zo'n twintig kerkuilkasten. Daar waar de biotoop goed is, hangen we uilenkasten. Het is daarbij belangrijk om te weten of mensen geen bestrijdingsmiddelen gebruiken, want als muizen dat binnenkrijgen heeft dat ook schadelijke gevolgen voor de kerkuilen. Wij vragen de mensen bij wie de kasten hangen of ze in de gaten willen houden of ze kerkuilen zien. Als dat het geval is, worden de leden van de kerkuilengroep ingelicht en gaan we een kijkje nemen."

De controles worden volgens Hellings verricht met behulp van een lange stok met daaraan een plaatje dat voor het gat van de uilenkasten gehouden wordt, zodat de dieren niet weg kunnen vliegen. Nadat de baltstijd (paring) in het begin van het jaar heeft plaatsgevonden, volgt half mei een controle.

,,Een paar keer per jaar voeren we controles uit, terwijl we daarnaast de nestkasten goed schoonmaken, maar dat gebeurt aan het eind van het jaar. Tijdens de controles kijken we bijvoorbeeld of er eieren in de nestkast liggen; zitten er jongen in, zijn de eieren wel of niet bevrucht? hoe oud zijn de jongen? In de maand juli, komt de ringmeester die de kerkuilen van een ring voorziet. Op die ring komt een nummer; elke vogel heeft weer een ander nummer. Daarnaast komt het jaartal op de ring en het kenmerk van de ringmeester, zodat altijd te achterhalen is waar het dier vandaan komt", aldus Hellings.

,,Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als een kerkuil een ongeluk krijgt. Veel kerkuilen komen als het donker is op het licht af van auto's op de weg en vinden daarbij de dood. Door de gegevens op de ring kan men zien waar het dier vandaan komt."

EIGENAREN
In totaal zijn volgens Hellings negen jonge kerkuilen geringd op de vier broedplaatsen die Boxtel momenteel telt. Nel Dijstelbloem van de natuurwerkgroep behoort sinds een paar jaar tot de Boxtelse eigenaren van een uilenkast. Bezoekers die bij haar het erf oprijden moeten wel goed kijken als ze de kast willen ontwaren. In een schuur zit op enkele meters hoogte een klein, vierkant gat; hier bevindt zich de entree van de uilenkast.

Dijstelbloem: ,,Twee jaar geleden had ik ook kerkuilen, terwijl vorig jaar bijen in de kast zaten. Dit jaar had ik vijf eieren, waarvan eentje niet bevrucht bleek. Vier eieren zijn uitgekomen, maar inmiddels zijn twee kerkuiltjes uitgevlogen terwijl eentje is overleden. Eén kerkuiltje is vrijdag door de ringmeester van een ring voorzien en onderzocht. Daarbij worden onder meer de vleugels opgemeten en het gewicht bepaald."

Behalve in kasten bij particulieren nestelen kerkuilen zich volgens Dijstelbloem en Hellings ook graag in hoge gebouwen met openingen zoals kerken. ,,De kerktoren in Lennisheuvel en die van de Petruskerk in Boxtel zijn daar goede voorbeelden van, al is de situatie met de kerkuilen in Lennisheuvel niet zo goed. De uilen zijn daar opgehouden met broeden, waarschijnlijk vanwege het lawaai omdat men in de kerk aan het werk is geweest", aldus Hellings.

,,De laatste jaren is het in Brabant heel goed gegaan met de kerkuilen, mede omdat er voldoende voedsel was. Nu gaat het wat minder omdat de muizenstand waarschijnlijk slecht is, maar dat kan volgend jaar weer helemaal anders zijn."




24 juli 2003

Terug