THEO EN TRUUS VAN DEN AKER VIEREN GOUDEN BRUILOFT

'Nooit over de drempel gedragen’

Lange lanen, hoge groene heggen, een indrukwekkend rustaltaar en uit steen gehouwen kruiswegstaties. Zo herinneren Theo (73) en Truus (74) van den Aker zich het oude processiepark achter de Petruskerk, waar ze verlegen hun allereerste afspraakje maakten. Vijftig jaar geleden stapten ze als stralend bruidspaar bij de Heilig Hartkerk uit de taxi om elkaar plechtig het jawoord te geven. Het begin van een afwisselend en warm huwelijksleven, waarvan de ups en downs voor talloze levendige herinneringen en humoristische familieanekdotes zorgen.

’Opa en Oma v.d. Aker’. In de voordeur kunnen we ons niet vergissen. Daar heeft kleindochter Ietje (14) wel voor gezorgd. Toen Theo en Truus drie jaar geleden hun huis aan de Hendrik Verheeslaan inruilden voor een ruim benedenappartement in de Van Hornstraat (nummer 42), kreeg de decoratieve dakpan met geschilderde familienaam een vaste plek bij de entree. Zodat voor iedereen zichtbaar is waar opa en oma Van den Aker wonen.

Met uitzicht op de bloemen en het groen achter hun huis dwalen we op het zonovergoten terras met genoegen mee door hun rijke huwelijksverleden. Een tijd van vallen en opstaan, geven en nemen en vooral er samen voor gaan.

AFPINGELEN
,,Ik had voor die tijd al stiekem een oogje op haar”, bekent Theo met een lach als we over de afsluitingsceremonie van de Bloedprocessie in het processiepark praten, waar hun 'romance' begon. Zij was 18 en hij een jaar jonger. Na het eerste afspraakje bleek dat Cupido zijn pijlen goed had gericht. ,,Ik vond het wel wat hebben; een journalist als vriendje”, grinnikt Truus, die daarmee verwijst naar het begin van zijn lange loopbaan bij Brabants Centrum.

Over haar werk in de gezinszorg kan zij levendig vertellen. Het huishouden dat ze als 18-jarig meisje net na de oorlog in grote, vaak arme gezinnen op zich nam, leek in niets op dat van nu. Boodschappen doen, betekende voor Truus steevast afpingelen om in de meest behoeftige van haar werkgezinnen toch iets extra’s op tafel te kunnen zetten. Een wasmachine of stofzuiger bestond nog niet. Luiers moesten met de hand gespoeld, gekookt, gebleekt en gestreken worden, terwijl vloermatten er stevig met de klopper van langs kregen. Truus lacht: ,,Ik herinner me nog dat ik in de winter bij een achteraf wonend groot gezin kwam, waar de poepluiers buiten in een bevroren ton water stonden. Ik moest eerst het ijs kapotslaan voordat ik ze kon spoelen.” Ze glimlacht: ,,Ach, er was overal wel wat, maar een dankbaarheid die ik heb ervaren...”

AANTEKENEN
Na zes jaar verkering, zuinig leven en sparen vonden Theo en Truus - in een tijd van barre woningnood en krappe woningtoewijzing - een eigen plekje aan de Kapelweg. Dolblij waren ze met de grootste helft van het huis dat grensde aan de kruidenierszaak van Van der Sloot; ze hadden een grote keuken, een kleine kamer, een opkamertje en een slaapkamer én hun eigen voordeur.

Tijd dus voor de verplichte ondertrouw, vertelt Theo. ,,Men noemde dat 'gaan aantekenen' bij de Burgerlijke Stand op het gemeentehuis en 'de roepen krijgen' in de respectievelijke parochiekerken. Over dit soort verschillen met de tegenwoordige opvattingen en gebruiken zou Theo best nog eens via andere kanalen een boekje open willen doen, laat hij met een glimlach weten.

De huwelijksdag was er een om nooit te vergeten. Met een lach vertelt Theo over zijn gehuurd kostuum, waarvan de broek veel te lange pijpen had en schetst Truus haar mooie witte jurk met fijne bloemetjes, die haar schoonzus had genaaid. Ze heeft het over haar bruidsboeket van Lelietjes van Dalen met Stefanootjes en herinnert zich de Gidsen waarvan zij leidster was, die bij het uitgaan van de kerk aan weerszijden een erehaag vormden. ,,En Theo maar jaloers kijken omdat zoiets bij zijn maten uit het eerste elftal van BOC geen gebruik was”, grapt Truus.

De bruidsfoto’s werden gemaakt in de studio van Van Elten en het feest en de receptie waren - zoals gebruikelijk in die tijd - in het ouderlijk huis van de bruid op de Kalksheuvel. ,,Ik zal nooit vergeten hoe we midden in de nacht te voet naar ons nabijgelegen nieuwe huis gingen”, vertelt Theo. ,,Dat moet een mooie bruidsstoet geweest zijn. Ik voorop met mijn hoge hoed onder de arm en een grote kroonluchter die we cadeau hadden gekregen in mijn handen. En Truus die me in haar bruidsjapon volgde.” Verontwaardigd klinkt het: ,,In plaats dat ik over de drempel werd gedragen, droeg hij de kroonluchter heel voorzichtig over de drempel.”

GEEN VAKANTIE
Hun oudste werd in het kleine huis geboren, maar toen zich een tweede baby aandiende, verhuisde het paar naar een ruimere woning aan de Veldakkerstraat, dat ze voor zeven mille van de gemeente hadden gekocht. Een fijn huis, waar het groeiende gezin een gelukkige, maar drukke tijd doormaakte. Vijf kinderen brachten heel wat werk met zich mee. Truus hield zich vooral met het huishouden en de kinderen bezig, terwijl Theo de krant en daarmee ook zijn werkzaamheden en arbeidstijd zag groeien. Lange dagen, onregelmatige werktijden en geen of amper vakantie.

,,Ik meen dat we na zeventien jaar voor het eerst samen op vakantie gingen”, vertelt Truus ernstig. Theo verzacht haar woorden iets: ,,Dat is wel waar, maar toen de kinderen klein waren hadden we het ook fijn in de eigen omgeving. We fietsten heel wat af of gingen met de kinderen naar de Huisvennen in de Kampina om te zwemmen, we gingen naar de dierentuin in Tilburg en naar de gloednieuwe Efteling in Kaatsheuvel.”

Toen na verloop van tijd een huis vrijkwam in de Hendrik Verheeslaan, werden de verhuisdozen opnieuw in- en uitgepakt. Op die plek in de wijk oost zou het gouden paar de langste tijd wonen en vlogen een voor een de kinderen uit.

Na bijna veertig dienstjaren bij dezelfde baas, nam Theo afscheid van Brabants Centrum en brak voor hem en Truus een nieuwe levensfase aan. Een tijd waarin hobby’s als boetseren, bloemschikken, naaien, kaarten, puzzelen, theater, toneel en over historie schrijven meer ruimte kregen en waarin vooral ook familiebezoekjes hoog op de agenda stonden.

TIESKE
De elf kleinkinderen die successievelijk de stamboom aanvulden, gaven en geven hun leven een extra dimensie. Dat blijkt uit de opgetogen verhalen van het echtpaar als we dat onderwerp aansnijden. Truus vertelt trots dat haar kleinkinderen eens een modeshow hebben gelopen met kleding die ze zelf had gemaakt. ,,Prachtig was dat”, glimt ze.

Verkleden doen de kleinkinderen van het gouden paar trouwens ook graag. Niet zo vreemd als we praten over de meest uiteenlopende rollen waarin Theo tijdens talloze bijzondere gelegenheden op het podium voor kleine of grotere gezelschappen zich uitleefde. Iedere ras-Boxtelaar kan zich nog wel enkele creaties herinneren. Zo was hij vele jaren de geestelijk vader van reus Jas de Keistamper en voelde Theo zich tijdens carnaval als Tieske ût de stil Indenkooi en pastoor van theaterorkest Uit den Vreemde helemaal als een vis in het water. Vele figuren bracht hij tot op heden tot leven: van Stopke Voets tot aan zijne heiligheid de Paus.

Truus vertelt dat de kleinkinderen het dus echt niet van een vreemde hebben. ,,Laatst hebben ze hier met z’n allen nog een eendje begraven, dat ze dood in het gras hadden vonden. Ze vonden dat dat beestje ook een begrafenis verdiende. En nu hebben we bij het voetpad van het plantsoen een minikerkhof, waar de ukkies Isaac en Lieve steeds verse bloemetjes gaan leggen.” Theo lacht en vertelt dat het een plechtige stoet was met zwarte kleding, hoge hoeden, een traan en een laatste groet.

Theo’s talent voor schrijven is trouwens ook aan de volgende generatie doorgegeven. Zo is Jeske (10) samen met opa druk bezig een eigen boekje te schrijven over Eekie en Pluimstaart. ,,En denk maar niet dat ik iets kan veranderen als zij het er niet mee eens is”, lacht Theo. ,,Want wat zij in haar hoofd heeft, praat je er heus niet zomaar uit.”

Zelf schrijft hij als freelancer nog steeds voor 'zijn krant’ en is wekelijks heel wat uurtjes zoet met de vaste sportrubriek 'Sportglorie als historie’ en de serie 'Boxtel kijk nou nóg 'ns’. Ook als de wijze Aquarius heeft hij veel historische 'hoogtepunten’ de revue laten passeren.

Truus vindt alles goed, zolang er maar tijd blijft voor fietsen, wandelen en bezoekjes aan de kinderen. En de zondagochtend is voor haar bijna heilig, want die is gereserveerd voor haar kinderen, schoonkinderen en kleinkinderen. ,,Dan komen ze hier allemaal op de koffie, dat is toch zo gezellig. Ik hoop echt dat ze dat nog heel lang blijven doen.” En daar kan Theo alleen maar volmondig mee instemmen.

Zaterdag 26 juli kan het gouden paar er in elk geval zeker van zijn dat de kinderen, kleinkinderen, familieleden en vrienden voor een onvergetelijk en Bourgondisch feest gaan zorgen. Een feest waarop heel wat huwelijksgeheimen prijsgegeven zullen gaan worden...




17 juli 2003

Terug