UNIEKE PRIVÉ-OORLOGSVERZAMELING VAN CAREL TEN HORN

Limousine generaal Eisenhower staat in Gemonde

Toen hij eind jaren zeventig een jeep op de kop wist te tikken die in de Tweede Wereldoorlog gebruikt bleek te zijn door de Amerikaanse bevelhebber James Gavin van de 82ste Airbornedivisie begon de verzamelkoorts van Carel ten Horn (70) uit Sint-Michielsgestel. Als jong broekie maakte hij in zijn toenmalige woonplaats Nijmegen de Tweede Wereldoorlog mee en raakte hij tijdens de grote luchtlandingsoperatie Market Garden gefascineerd door de Amerikaanse soldaten, hun voertuigen en andere oorlogsattributen.

Anno 2003 beschikt Ten Horn in een aantal loodsen in de Lariestraat in Gemonde over een bijzondere privé-verzameling, die onder meer bestaat uit 25 voornamelijk Amerikaanse oorlogsvoertuigen, een bibliotheek met ongeveer vijfduizend boeken en zo'n tweeduizend uur origineel en authentiek filmmateriaal. Ten Horn is bovendien de trotse eigenaar van de authentieke limousine van de beroemde Amerikaanse generaal en latere president Dwight D. Eisenhower.

Ten Horn is ondanks zijn pensioengerechtigde leeftijd een druk baasje. De oud-zakenman (onder meer eigenaar en oprichter van de Kijkshop, ex-lid van de raad van bestuur van het Vendex-concern en voormalig adviseur marketing en traderelations voor Philips) heeft naast zijn tijdrovende passie voor de Tweede Wereldoorlog nog steeds tal van commissariaten. Daarnaast is hij bestuurslid van verschillende stichtingen. Dat verklaart ook waarom hij zijn particuliere oorlogsmuseum met de naam 'Freeland Museum' in Gemonde – Ten Horn spreekt zelf liever van een privé-verzameling – niet openstelt voor bezoekers. ,,Ik heb er eenvoudigweg geen tijd voor om mensen hier te rond te leiden", aldus Ten Horn.

,,Nee, ik zou echt niet weten hoeveel de verzameling waard is, maar ik ben niet van plan om de hele boel ooit te verkopen. Dat zou zonde zijn van al het werk dat ik in het museum gestoken heb. Ik hoop dat mijn zoons, die ook een grote interesse hebben in de Tweede Wereldoorlog, ooit de verzameling over gaan nemen. Nadat ik in 1979 een originele Amerikaanse jeep in mijn bezit kreeg, ben ik begonnen met mijn verzameling. Op een gegeven moment had ik te weinig ruimte in mijn woonplaats Sint-Michielsgestel om de voertuigen te bergen totdat ik in 1981 in Gemonde terecht kon. Hier had ik de beschikking over 1.500 vierkante meter."

BEZETTINGSTIJD
Ook tijdens de bezettingstijd in de periode 1940-1945 verzamelde Ten Horn al vele oorlogsattributen. De kiem voor zijn fascinatie voor de Tweede Wereldoorlog ligt in september 1944 ten tijde van de beroemde luchtlandingsoperatie Market Garden, toen hij en zijn familie door de Amerikanen dringend geadviseerd werden om hun woning meteen te verlaten, aangezien het huis in Nijmegen aan de Waal in de vuurlinie lag.

Ten Horn: ,,We hadden een tweede huis in Groesbeek, waar we ook niet terecht konden omdat het ingericht was als Amerikaans hospitaal. We zijn uiteindelijk bij een voormalige buurvrouw terecht gekomen, die in een landhuis woonde in de buurt van de Heilig Landstichting. Daar vlakbij zat een compagnie van de 82ste Airbornedivisie. Als jongen van dertien jaar vond ik dat natuurlijk schitterend. De Amerikanen lieten ons onder meer in hun jeeps rijden en lieten ons zien hoe je kogels moet demonteren. Ik kwam ook makkelijk aan allerlei oorlogsattributen, waaronder emblemen en onderscheidingstekens."

Hoewel Ten Horn na de oorlog al een aardige verzameling had en altijd interesse bleef houden in de oorlog, kwam zijn verzamelkoorts pas weer eind jaren zeventig in volle hevigheid terug. ,,Mijn vrouw attendeerde mij op een tentoonstelling van militaire voertuigen in het Autotron dat toen nog in Drunen gevestigd was. 'Is dat niks voor jou', vroeg ze. Ik ben naar Drunen gegaan en stond daar onder meer oog in oog met originele Amerikaanse jeeps. Zo’n jeep wilde ik ook hebben, want dat was voor mij jeugdsentiment.”

Via de directeur van de tentoonstelling kwam Ten Horn aan een betrouwbaar adres en vier of vijf maanden later was hij de eigenaar van een half gerestaureerde, originele jeep. ,,Ik heb het registratienummer laten checken om er achter te komen waar het voertuig ingezet is en ben toen van het kastje naar de muur gestuurd. Uiteindelijk bleek de jeep gebruikt te zijn door de 82ste Airbornedivisie. Ik ben aan een foto van de jeep gekomen die gemaakt is op een Engels vliegveld op 17 september 1944 om 09.30 uur. De jeep stond klaar om naar Groesbeek gevlogen te worden, waar die ingezet zou worden tijdens de operatie Market Garden."

Ten Horn vervolgt: ,,Bevelhebber James Gavin van de 82ste Airbornedivisie, die ik na de oorlog onder meer tijdens herdenkingen van Market Garden regelmatig ontmoette en die mijn museum rond 1986 officieel geopend heeft, zag de jeep en zei meteen dat het zijn voertuig was. Hij herkende de jeep onder meer aan zijn stoel omdat de rugleuning verhoogd was. Dat werd gedaan omdat Gavin tijdens de landing in Groesbeek geblesseerd geraakt was aan zijn rug. Mijn eerste voertuig was dus meteen een historisch object.”

AMFIBIEVOERTUIGEN
Hoe begrijpelijk ook, eigenlijk is het jammer dat de deuren van het 'Freeland Museum' voor het publiek gesloten blijven, want de verzameling van Ten Horn is indrukwekkend. Van attributen die hij zelf buitgemaakt heeft tijdens de oorlogsjaren, oorlogsonderscheidingen, persoonsbewijzen, fraaie foto's, miniatuurmodellen van Duitse en Amerikaanse tanks, tal van wapens en zend- en ontvangstapparatuur tot jeeps, vrachtauto's, kraanwagen, amfibievoertuigen en gepantserde en bewapende voertuigen.

Alle voertuigen zijn in oorspronkelijke staat en voorzien van originele uitrusting. Bijzonder is de Amerikaanse vlag die boven het graf van de onbekende soldaat in het Amerikaanse Arlington gewapperd heeft en die Ten Horn kreeg als blijk van dank voor een lezing die hij hield in Volkel voor in Nederland gelegerde Amerikaanse soldaten.

Een van de opvallendste voertuigen in het museum is de limousine van generaal Eisenhower, een Packard Clipper, waarvan maar een klein aantal vervaardigd is. Ten Horn: ,,Eisenhower heeft de limousine gebruikt van juni 1944 tot oktober 1944. Ik ben aan het voertuig gekomen na een tip dat een Engelsman zijn verzameling wilde verkopen, waaronder de limousine van Eisenhower. Ik heb er een flink bedrag voor moeten betalen, maar dat heb ik er graag voor over gehad.”

ASTRONAUTEN
Ten Horn beschikt in Gemonde naast een tentoonstellingsruimte onder meer ook over een bibliotheek, opslagruimte en een werkruimte waar de voertuigen gerestaureerd worden. Bijzonder is het verhaal achter de naam van zijn verzameling, het Freeland Museum. ,,Freeland betekent vrij land, maar dat heeft niets te maken met het museum. Freeland is de naam van de eerste Amerikaanse soldaat die ik in de oorlog tegenkwam. Dat was in september 1944 tijdens de operatie Market Garden. We zaten met het hele gezin in de kelder van ons huis terwijl we boven ons soldaten hoorden rondlopen en schieten", vertelt Ten Horn.

,,Toen kwamen er soldaten in de kelder, we waren doodsbang want we dachten dat het Duitsers waren. Het bleken echter twee Amerikaanse soldaten te zijn. Een van hen was technisch sergeant Fred Freeland, hij was de eerste Amerikaan die ik in mijn leven tegenkwam. Dat was voor mij een ongelofelijke ervaring, die gezichten staan nog steeds heel helder op mijn netvlies en zal ik nooit meer vergeten. Amerika was in die dagen een andere planeet voor ons. Die soldaten waren voor ons ook een soort astronauten."

Toen Ten Horn jaren later via een pastoor uit Groesbeek heel toevallig aan een foto kwam waarop Freeland stond afgebeeld, begon hij aan een lange zoektocht langs onder meer ambassades, de bond van oud-strijders, Amerikaanse oorlogsveteranen, archieven en diverse instanties naar de man die zo'n indruk op hem gemaakt had. ,,Ik wilde die man dolgraag ontmoeten. Daar had ik heel veel voor over. De schok was dan ook groot toen ik na jaren zoeken vernam dat hij tijdens het Ardennenoffensief gesneuveld was. Het voelde alsof ik mijn oudste broer verloren had", aldus Ten Horn.

,,Ik kwam er ook achter dat zijn lichaam in 1947 naar een Amerikaanse begraafplaats overgebracht was. Vervolgens ben ik jarenlang bezig geweest om uit te zoeken waar hij begraven lag en of hij nog familie had. Want die mensen zouden misschien wel graag willen weten dat er ergens in de wereld een oorlogsmuseum was dat de naam van Fred Freeland droeg."

Na de lezing in Volkel werd Ten Horn door een Amerikaanse commandant gevraagd of men wellicht iets voor hem terug kon doen. ,,Ik reageerde daar meteen op door te zeggen of zij wellicht konden uitzoeken waar Freeland begraven lag. Eerst werden alle Amerikaanse militaire kerkhoven geraadpleegd, maar toen dat niets opleverde ging men zoeken bij de burgerlijke kerkhoven in de staat Colorado, waar hij geboren was. Bij de 24ste poging stuitten ze eindelijk op het graf van Fred Freeland in Pueblo in de staat Colorado. Dat was in 1995 of 1996. Helaas heb ik geen familieleden van hem kunnen traceren."

EERBETOON
Ten Horn hoopt het graf van Freeland ooit nog te kunnen bezoeken. In zijn museum hangt een grote foto van de Amerikaanse sergeant als eerbetoon aan de man die zo’n indruk op hem maakte. Naast de beeltenis van Freeland, is een aantal foto’s van een andere held van Ten Horn, James Gavin, te zien. Even verderop in het museum staat de jeep waarin Gavin gereden heeft. ,,Vier jaar geleden is Gavin gestorven. Ik ben er trots op dat hij mijn museum geopend heeft. Hij is tenslotte de man die met zijn beroemde 82ste Airbornedivisie het toenmalige Rijk van Nijmegen en daarmee mij en mijn familie heeft bevrijd”, zegt Ten Horn.

,,Alles wat hier in het museum te zien is, beschouw ik als historisch erfgoed. De Tweede Wereldoorlog is een periode die zestig jaar later nog steeds volop in de belangstelling staat, want elke dag lees je in de krant nog wel iets over de oorlogsperiode. Het is bovendien heel bijzonder dat zoveel jongeren die de oorlog niet meegemaakt hebben veel interesse hebben in de jaren '40-'45. De oorlog zit heel diep. Zo diep, dat de Tweede Wereldoorlog over duizend jaar nog steeds als een heel belangrijke periode gezien zal worden.”




26 juni 2003

Terug