ONDERWIJSMAN (77) IN HART EN NIEREN
Leo van Dongen nog steeds
voor de klas

Iedere mens heeft kwaliteiten en die houden niet op als je 65 bent. Leo van Dongen, die de zeven kruisjes ruim gepasseerd is, zou niet anders willen. Met plezier fietst hij elke middag naar het havo-gebouw aan de Baroniestraat om de huiswerkklas van het Jacob-Roelandslyceum te begeleiden. Zo heeft hij bij toerbeurt een vijftigtal leerlingen onder zijn hoede, die te allen tijde op zijn kennis en ervaring kunnen rekenen. Tenzij het om ingewikkelde wis- of natuurkundige vraagstukken gaat, want meneer Van Dongen, zoals de meeste Boxtelaren hem blijven noemen, kent zijn eigen zwakke plekken. Zijn kwaliteiten liggen met name op het gebied van talen, wat niet zo vreemd is als we een beeld krijgen van zijn verleden.
Met plezier vertelt de onderwijsman in hart en nieren over de tijd dat hij op het Instituut voor Doven in Sint-Michielsgestel werkte en zich verdiepte in logopedie, pedagogie en de hele ontwikkeling van taalkunde en spraak. Als vakdocent reisde hij regelmatig naar Dublin, Brazilië of Suriname om leerkrachten van dovenscholen bij te praten over dit boeiende onderwerp.
Begin jaren zeventig verhuisde hij terug naar zijn geboortestad Rotterdam. ,,Ik wilde wat afstand nemen van de dovenwereld en me verdiepen in het normale onderwijs om zo breed mogelijk georiënteerd te raken”, lacht hij. Hij trouwde met een Brabantse die niet in Rotterdam kon wennen en solliciteerde naar een baan op de toenmalige Bracbant-Havo. Met zijn brede onderwijservaring en de nodige diploma’s bleek Van Dongen een uitstekende kandidaat voor het vak Nederlands. En terecht, want tot op heden, dertig jaar later, kan de school nog altijd op hem rekenen.
De laatste jaren 'voor de klas’ mocht de docent enkele uren inleveren om daarmee de aankomende leerkrachten kansen te geven. Hij wisselde die uren graag in voor het opzetten van de huiswerkklas. Een prima aanvulling voor leerlingen die thuis geen rust of ruimte hebben of die bij het studeren wat extra steun of begeleiding nodig hebben. ,,Nee, het gaat echt niet alleen om kinderen met problemen. Soms hebben ze twee werkende ouders of hebben ze vrienden of vriendinnen in de huiswerkklas.”
Met een lach geeft hij toe: ,,Maar natuurlijk zijn er ook kinderen die een slecht rapport hebben en graag punten op willen halen. Tja, en soms worden die kinderen voor straf door hun ouders gestuurd. Dan proberen wij ze te motiveren en zoveel mogelijk te volgen. Als het goed gaat, krijgen ze een pluim en als het minder gaat, geven we ze extra aandacht. Tenzij ze dat zelf niet willen. Ik help alleen als er om gevraagd wordt. Ik wil de kinderen graag helpen en overhoren, maar als ze zelf niet willen, tja, dan houdt alles op.”
Of de jeugd nou echt zoveel veranderd is, wil Van Dongen betwisten. ,,Nee, als je leerlingen een pluim geeft omdat ze een goed punt voor een proefwerk hebben gehaald, dan zie je ze nog steeds groeien. Dat was vroeger zo en dat is nog steeds zo. Wat ik wel vind, is dat ouders veel beslissingen aan de jeugd zelf overlaten. Dingen waarvan ik denk dat het beter anders zou moeten, omdat ze niet alles kunnen overzien. Als je later iets wilt bereiken, zul je eerst je diploma moeten halen en dat betekent dat je daar ook iets voor moet doen. Maar ja, die vrijheid lijkt bij deze tijd te horen.”
Wat Van Dongen belangrijk vindt is de betrokkenheid bij leerlingen. ,,Ik weet veel van ze en probeer dat ook goed te onthouden. Ik ken hun sterke kanten en de zwakke en ik weet het ook als er thuis iets aan de hand is.” Met een lach vertelt hij dat Brabants Centrum daarbij een onmisbaar hulpmiddel is geworden. ,,Ik lees in de krant dat iemands moeder een prijs heeft gewonnen, of hoe RKSV Boxtel heeft gespeeld en hoe een van de leerlingen het heeft gedaan. Dat vinden die leerlingen ook leuk als ik ze daar op aanspreek. Dat maakt het contact ook persoonlijk.”
Veel oud-leerlingen hebben goede herinneringen aan Van Dongen en zijn lessen. Stralend knikt hij en vertelt: ,,Soms kom ik oud-leerlingen tegen die me daar nog wel eens op aanspreken. Dan zeggen ze dat ze bepaalde gezegden van mij nooit zullen vergeten. Zo zei ik bijvoorbeeld altijd tegen ze: 'Jullie gebruiken twee boeken veel te weinig, de bijbel en het woordenboek’. En veel leerlingen weten ook nog wel dat ik altijd zeg: 'Eerst denken, dan doen.’Leuk hè? Dat ze dat dan onthouden!”
Fietsend door Boxtel steekt Van Dongen regelmatig zijn hand op. Hij kent gezichten maar ook namen en hij weet precies waar hij de mensen van kent en wat ze doen. Niet alleen van school trouwens, want ook op andere fronten was hij actief. De meeste nevenfuncties heeft de seniordocent van het JRL inmiddels naast zich neergelegd, maar een aantal koestert hij nog. Zo is hij elke zondag koster in de kapel van verpleeghuis Lindenlust, kan de directie van het Jacob-Roelandslyceum bij de examens op hem rekenen en zal in de Bloedprocessie ook dit jaar weer zijn profetie te horen zijn...