MARIA GUDDE: 'NOG PANISCH VOOR WATER'

Mooie tijd op kostschool Duinendaal

Maria Versteeg-Gudde uit Dreischor, op het Zeeuwse eiland Schouwen-Duiveland, woonde destijds als 14-jarig meisje met haar ouders, drie broers en een zus aan de Oude Haven in Zierikzee toen het springtij opzette. Na tien dagen werd ze ondergebracht in de kostschool van de zusters JMJ op Duinendaal.

Vader Gudde dreef in Zierikzee een drogisterij. ,,Natuurlijk waren we ervan op de hoogte dat er hoogwater zou komen. In onze woning was de voordeur gebarricadeerd met zogenaamde vloedplaten die we hadden ingesmeerd met klei. Dat gebeurde wel vaker. Regelmatig heeft ons huis onder water gestaan; het was er wel tegen bestand', herinnert Versteeg zich. De woning liep dan ook nauwelijks schade op. De familie werd daarom niet meteen geëvacueerd. Pas na een dag of tien werden de kinderen, met uitzondering van de oudste broer, met een politiebootje opgehaald.

Vader Gudde was op 31 januari jarig en daarom waren de familieleden nog laat wakker. ,,Anders waren we wellicht in onze slaap verrast", denkt de Zeeuwse. Een van haar broers is naar het water van de Oosterschelde gaan kijken die avond. ,,Hij vertelde dat het maar geen eb wilde worden; sterker nog: dat het water bleef stijgen. Hij kon ternauwernood heelhuids thuiskomen", weet Versteeg.

KOSTSCHOOL
De huisraad van de familie Gudde werd naar de bovenverdieping getransporteerd en uiteindelijk reikte het water tot anderhalve meter hoogte. ,,Slechts één straat van Zierikzee is droog gebleven. Daar stonden letterlijk alle schapen op het droge", diept Versteeg uit haar herinneringen op.

Het moment dat de vier kinderen elders werden ondergebracht, staat bij Versteeg in het geheugen gegrift. ,,Dat gebeurde op een vervelende manier. De politie stapte plotsklaps binnen en beval ons vertrek. Achteraf besef ik dat we door de noodtoestand niet in Zierikzee hadden kunnen blijven. We konden niet naar school en het hele leven was ontregeld. Maar de manier waarop we als het ware werden 'weggehaald' bij mijn ouders, was allesbehalve leuk", vertelt Versteeg. Haar ouders kregen zestien mannen in de kost, die meehielpen met de wederopbouw.

Dat de Zeeuwse uiteindelijk in Boxtel terecht kwam, gebeurde bij toeval. Ze had hier geen familie wonen. Versteeg: ,,Ik ging biechten in onze kerk. Daar had de pastoor juist tevoren het aanbod gehad van een klooster in Boxtel dat ze een meisje konden herbergen op de kostschool."

PRIVILEGES
Terwijl haar zus en twee broers werden ondergebracht in Eindhoven, streel Versteeg neer op de kostschool van de zusters JMJ op Duinendaal, waar ze de mulo volgde. Ze herinnert zich nog de namen van soeur Benedicta en soeur Bernardino. ,,Ik heb er een fantastische tijd gehad en kreeg als evacué een aantal privileges van de nonnen. Zo mochten de meisjes geen klok naast hun bed hebben; ik wel en het uurwerk werd zelfs voor me gemaakt als het kapot was."

Versteeg geeft toe dat ze ook wel ooit misbruik maakte van haar bevoorrechte positie. ,,Alle meisjes moesten nadat ze naar huis waren geweest op zondagavond terugkeren. Ik kwam altijd pas op maandagmiddag; vanwege de slechte verbinding kon ik er niet eerder zijn, jokte ik tegen de 'waarde moeder'", klinkt het lachend. Leuke herinneringen heeft Versteeg ook aan de keren dat ze logeerde bij de familie Verhagen in Gemonde.

Anderhalf jaar, tot eind juli 1954 verbleef Versteeg in Boxtel. Haar mulo-opleiding voltooide ze niet. Enkele jaren geleden is ze nog eens terug geweest. ,,Ik heb mijn man de auto aan het station laten parkeren. We zijn te voet door het centrum naar Duinendaal gewandeld. Ik herkende weinig meer. Met name achter de Sint-Petruskerk is het onherkenbaar veranderd. Wat jammer dat het klooster gesloopt is. Vooral de kapel van de zusters was schitterend, weet ik nog. Gelukkig is kasteel Stapelen wel bewaard."

AGRARISCHE SCHOOL
In september 1953 stopte de uitkering (ongeveer 15 gulden per maand) die Versteeg kreeg uit het rampenfonds. ,,De 'waarde moeder' had het geld keurig opzij gezet en in een apart boekje verantwoord. Het geld kreeg ik mee naar huis toen ik in 1954 van school ging en weer huiswaarts trok", weet de Zeeuwse die nog altijd 'panisch' is voor water. ,,Het strand en de zee vind ik prachtig, maar ik durf er niet te komen. Ze krijgen mij ook voor geen geld op een boot!"

Versteeg heeft nooit geweten dat een plaatsgenoot destijds ook in Boxtel bivakkeerde: Henri Volkeri, zoon van een boekhandelaar in Zierikzee, kwam in 1953 bij een oom en tante terecht. Hij logeerde bij het echtpaar Van den Boomen in de Stationsstraat dat – tegenover het voormalige postkantoor – een babyzaak had (thans Action).

Net als Versteeg ging Volkeri hier naar school; hij volgde de middelbare agrarische school. Volkeri is zes weken geleden overleden, vertelde zijn 91-jarige broer Joop die nog in Zierikzee woont. Deze Joop heeft ook herinneringen aan Boxtel, maar die stammen uit de jaren 1944/1945, toen talloze Zeeuwen eveneens werden geëvacueerd nadat de Zeeuwse polders in de bevrijdingsstrijd onder water waren gezet.




30 januari 2003

Terug