![]() |
MARTIEN VAN BEURDEN ZEGT OUDERENZORG VAARWEL
'Vroeger bracht ik elke maand zelf zakgeld rond'![]() ,,Ik voel me een bevoordeeld mens, want ik heb de mooist denkbare carrière achter de rug. Ik heb geen dag spijt gehad van de keuzes die ik destijds heb gemaakt en ik ben dankbaar voor alle mooie herinneringen die ik aan mijn werk en alle mensen om me heen zal koesteren." Directeur Martien van Beurden (56) van Stichting Dommelhoven haalt werkelijk alle superlatieven uit de kast om zijn werk in de ouderenzorg onder woorden te brengen. Toch klinkt spijt als ondertoon, want op 1 april neemt hij om gezondheidsredenen afscheid. Op die dag maakt hij precies 37 dienstjaren in de zorg vol, waarvan 34 jaar in Boxtel. Een kwart eeuw zette hij zich in voor de ouderenzorg en zag enorme aardverschuivingen met alle positieve en negatieve gevolgen van dien... BAKENS VERZETTENZijn loopbaan in de zorg is hét schoolvoorbeeld van kansen krijgen en op het juiste moment de goede keuzes maken. In 1966 maakte Martien van Beurden als leerling-verpleger kennis met de zorg. In ziekenhuis Duinendaal legde hij de basis voor zijn verdere carrière, die opvallend zou verlopen. Na zijn opleiding werkte hij drie jaar buiten Boxtel, om vervolgens terug te keren en als waarnemend hoofd van de afdeling chirurgie alle facetten van de zorg leerde kennen.Het was dokter Dumoulin die hem destijds adviseerde zijn bakens naar de ouderenzorg te verleggen. Met een lachje vertelt Martien: ,,Hij vond dat ik daar geknipt voor was en het was aan hem te danken dat ik in 1978 adjunct-directeur werd van bejaardenhuis Emmaus." Nog geen twee jaar later zou hij als directeur van Simeonshof een nieuw tijdperk inluiden. Tot die tijd immers werd Simeonshof 'bestuurd' door de zusters van Obreras de la Cruz. Martien was de eerste leek en bovendien de eerste mannelijke verpleger. Kortom een vreemde eend in de bijt, die zowel door de zusters als de bewoners met enige argwaan werd bekeken. Die terughoudendheid sloeg al snel om in spontane hartelijkheid en een goede samenwerking, waaraan Martien nog steeds warme herinneringen bewaart. IMPROVISEREN,,Het was een tijd van improviseren", lacht hij. ,,Er was eigenlijk niets. We hadden maar een heel beperkt budget. We hadden nog niet eens pleisters in huis. Die moest je op recept gaan halen, net als andere middelen die je nodig had. Soms moest je dagen wachten voordat je de spullen bij de apotheek kon halen. Omdat ik zulke goede contacten met het ziekenhuis had, fietste ik dan gewoon naar de EHBO-afdeling en kreeg meteen wat ik nodig had."Ernstig vervolg hij: ,,Het huis was helemaal niet op zorg ingericht en zo vreemd was dat natuurlijk niet, want de mensen die er woonden waren eigenlijk ook gezond. Sterker nog, wilde je vroeger in Simeonshof komen wonen, dan moest je een medische keuring ondergaan of je wel gezond was. Tegenwoordig kom je er alleen als je zorgbehoeftig bent . Die rollen zijn dus helemaal omgedraaid." Met een vage glimlach vertelt de scheidende directeur dat mensen die echt iets mankeerden eigenlijk naar het verpleeghuis zouden moeten, omdat het huis niet op voorzieningen als bijvoorbeeld een rolstoel was ingericht. ,,Ik heb hemel en aarde moeten bewegen om iemand in een rolstoel toch in huis te kunnen houden, maar uiteindelijk lukte dat wel en konden we die bewoner nog heel veel jaren in de eigen vertrouwde omgeving laten wonen." MANUSJE VAN ALLESDe rol van directeur voelde nooit als die van 'baas', legt Martien uit. ,,Eigenlijk was er geen sprake van hoge of lage banen. Iedereen deed gewoon alles en dat maakte het werk ook zo leuk. Het ene moment zat je met familieleden aan tafel om een begrafenis te regelen, het andere moment stond je in de tuin te spitten, moest je een technische storing oplossen, verdiepte je je in de nieuwe indicatiestelling of moest er een katether worden vervangen."Met groot respect praat hij over de Spaanse zusters die nooit naar de klok keken en 24 uur per dag voor de bewoners klaar stonden. ,,Ik moet zeggen dat ik zelf ook 24 uur per dag oproepbaar was en dat nooit als belastend heb ervaren. Vooral niet omdat de sfeer zo geweldig goed was." Met een brede grijns vertelt hij dat hij niet alleen veel van de zusters geleerd heeft, maar dat hij hen omgekeerd ook iets mee heeft kunnen geven. ,,Dat was feestvieren", knikt hij. ,,Ik herinner me nog goed dat ik de eerste keer met carnaval muziekgroep Uit den Vreemde had binnengehaald. Dat vonden ze maar niets. Maar al gauw waren ze net zoals de bewoners helemaal aan carnaval verknocht en nu is het al 25 jaar een ware happening in Simeonshof, die niet meer weg te denken valt." ZORGGROEP ELDENa de fusie met verzorgingshuis Emmaus en Sint-Jozefzorg in Esch in 1991 veranderde zijn functie in directeur van de Stichting Centra Ouderenzorg Boxtel-Esch-Liempde. In mei 2000 zou deze stichting opgaan in de nieuwe stichting Dommelhoven die amper twee jaar later ondergebracht zou worden onder de paraplu van de Zorggroep Elde.Geleidelijk aan zijn taken verschoven en is Martien als directeur van 'Dommelhoven' verder van de bewoners en het personeel af komen staan. De organisatie is groter en lijkt logger. ,,Jammer, ja, misschien wel, hoewel ik altijd ben blijven strijden voor het behoud van kleinschalige huizen, van de eigen identiteit en het karakter. En dat blijkt ook vruchten af te werpen, want huizen als Sint-Jozef in Esch en De Vlaswiek in Liempde horen tot de top tien van Nederland. Uit een landelijk onderzoek blijkt dat ze enorm hoog worden gewaardeerd." Veranderingen en vernieuwingen heeft Martien volop meegemaakt. Wat dat betreft heeft de ouderenzorg onstuimige perioden meegemaakt. Naast donkere dagen, 'waar we altijd weer samen sterker uitgekomen zijn', zijn het toch vooral de hoogtepunten die hij zich herinnert. ,,We hebben ontzettend veel voor de ouderen in Boxtel kunnen realiseren." Hij verwijst naar diverse vernieuwende projecten zoals sociale alarmering, maaltijdvoorziening, de activiteitenbegeleiding en de groepsvoorziening voor mensen die licht dementerend zijn en extra zorg nodig hebben. Ook diverse nieuwbouwprojecten passeren de revue zoals Den Bongerd, Ten Brueckelen en omgeving, Sint-Jozef in Esch, De Vlaswiek in Liempde en Molenhof. Martien ziet ze stuk voor stuk als juweeltjes, waar hij bijzondere trots op is. Net als op het uitgebreide netwerk van extramurale zorg (zorg in de wijk), dat steeds fijnmaziger wordt. Hij roemt de samenwerking met de gemeente, woonstichting Sint-Joseph, de provincie, de Thuiszorg, Stichting Cello, Saltho en het Vmbo-College Boxtel. BETUTTELENDGeleidelijk aan is de zorg veranderd. Vroeger was de zorg betuttelend, was er sprake van zorg die aangestuurd werd door het aanbod. Martien knikt ernstig: ,,Ik herinner me bijvoorbeeld nog dat ik eens in de maand zakgeld rondbracht voor de bewoners. Zoiets is nu helemaal ondenkbaar."Hij schudt zijn hoofd en vertelt de ene anekdote na de andere over hoe mensen noodgewongen hun bezittingen moesten opeten in ruil voor een rustige oude dag. Hij vervolgt: ,,Die rollen zijn gelukkig omgedraaid. We spreken nu van vraaggerichte zorg. Dat wil zeggen zorg op maat en dat kan alleen door een intensieve samenwerking van heel veel disciplines en zorgpartners. Ik vind dat dat in Boxtel, Esch en Liempde echt fantastisch gebeurt." Hoewel hij zijn taak binnen het managementteam gaat neerleggen trekt Martien zich niet helemaal terug uit de ouderenzorg. ,,Eigenlijk wel uit de zorg, ik ga me de komende jaren alleen nog met bouwprojecten bezighouden", legt hij uit. Hij verwijst met dien uitspraak naar de ambitieuze plannen om zowel op de locatie van Emmaus als op die van Simeonshof twee wijkgebonden ouderenknooppunten te realiseren die hij zelf het liefst als woonboulevards voor ouderen wil omschrijven. ,,Ik ben heel blij dat ik op die manier toch bij de ouderen van Boxtel betrokken kan blijven."
|
16 januari 2003 |