PETER VAN ASTEN NEEMT AFSCHEID VAN OUDERENZORG
'Toeval loopt als rode draad
door mijn leven'

In het leven van de in Schijndel woonachtige Peter van Asten (59) heeft toeval altijd een grote rol gespeeld. De directeur van de verpleeghuizen Lindenlust-Liduina in Boxtel en Nieuw Beekvliet in Sint-Michielsgestel, die op 16 januari officieel afscheid neemt, reageerde op negentienjarige leeftijd op een advertentie voor de opleiding tot psychiatrisch verpleegkundige bij Voorburg, het huidige Reinier van Arkel in Vught. ,,Eigenlijk had ik daarvoor helemaal niets met de zorgsector. De aanleiding was dat een vriend van mij de zorg inging en daar positieve verhalen over vertelde. Was die vriend er niet geweest dan had ik waarschijnlijk iets heel anders gedaan", aldus Van Asten, die opgroeide op de grens bij Maaseik in België en nog steeds de Belgische nationaliteit heeft.
Ook op latere leeftijd speelde toeval een grote rol in de keuzes die Van Asten maakte. Nadat hij zijn opleiding bij Voorburg, waar hij zijn vrouw Joke leerde kennen, afgerond had, vervulde Van Asten zijn militaire dienstplicht. Daarna trad hij in het huwelijk en werkte de Belg negen maanden voor een psychiatrisch ziekenhuis in het Belgische Sint-Truiden. Vervolgens keerde hij terug op Voorburg. ,,Mijn vrouw kreeg een uitnodiging voor een reünie bij Voorburg. Ik ben toen met haar mee geweest omdat ik het leuk vond om oude vrienden te zien. De uitkomst van die ontmoeting was dat ik het aanbod kreeg om op Voorburg terug te keren met de optie om eerst twee jaar te gaan studeren aan de universiteit van Nijmegen", aldus Van Asten.
,,Dat speelde zich allemaal af rond de jaren '67-'68 in een tijd dat de religieuze leidinggevenden in de zorg uittraden en leken zich konden voorbereiden op een leidinggevende functie. Met het oog daarop werd ik ook gevraagd om weer op het oude nest op Voorburg terug te keren. In Nijmegen heb ik de opleiding management en organisatie gevolgd en na twee jaar keerde ik in 1970 terug op Voorburg als assistent-hoofdverpleegkundige."
LINDENLUST
De Schijndelaar zou uiteindelijk tot 1984 blijven werken bij Voorburg met als laatste functie waarnemend verpleegkundig directeur. De verwachting was dat hij zijn vertrekkende baas op zou volgen. Van Asten solliciteerde nog wel, maar het toeval wilde dat er op hetzelfde moment ook een directievacature was bij verpleeghuis Lindenlust in Boxtel. Hoewel hij toen nog weinig affiniteit had met deze zorginstelling, reageerde hij met succes op de vacature in Boxtel. Een van zijn afwegingen was dat Voorburg in vergelijking met Lindenlust zo groot was. ,,De kleinschaligheid en de grote betrokkenheid van de mensen op Lindenlust spraken me aan."
Van Asten maakte niet alleen de stap van een groot instituut naar een klein verpleeghuis, maar ook van de psychiatrische zorg naar de ouderenzorg. Van Asten: ,,Naast verschillen zijn er ook veel overeenkomsten tussen deze twee vormen. De overeenkomst is dat de patiënten langdurige zorg nodig hebben en krijgen. Daarnaast geldt voor beide vormen dat je de aandacht moet richten op zowel de patiënten als de omgeving. Goede zorg houdt in: de naaste familie van de patiënt van meet af aan betrekken bij de vorm en inhoud van de zorg."
Van Asten stelt dat een opname in een verpleeghuis een dramatisch gebeuren is voor de betrokkenen. Veel ingrijpender dan voor de patiënt die door dementie of vergeetachtigheid niet beseft wat de impact hiervan is. ,,Voor de mensen die de patiënt altijd hebben verzorgd, betekent het dat het thuis niet meer kan en dat ze de zorg moeten overdragen aan het verpleeghuis. Bij Lindenlust hebben we gezocht naar een werkwijze waarin serieus naar de vragen en de mening van de omgeving geluisterd wordt. Daarom is de verwantenraad ook in het leven geroepen. Op die manier kan men invloed blijven uitoefenen."
OVERPLAATSING
Onder leiding van Van Asten kwamen, kort na zijn aanstelling, bij Lindenlust bewoners in kleine afdelingen te wonen op de begane grond, waardoor huiskamers ontstonden met tien tot vijftien bewoners. ,,Die werkwijze heeft wel eens tot discussie geleid met verwanten. Patiënten die pas opgenomen waren, moesten samenleven met andere patiënten van wie de problematiek veel groter was", aldus Van Asten. ,,Dementie is een progressief proces, want het ziektebeeld verbetert niet, maar wordt alleen maar slechter. Wanneer mensen om die reden overgeplaatst moeten worden, is men in feite weer terug bij af. Dat willen we juist voorkomen door langdurige relaties aan te gaan."
Een filosofie die op Lindenlust gehanteerd wordt, is dan ook dat de patiënten zo min mogelijk overgeplaatst dienen te worden. Van Asten: ,,Als je betrokkenheid wil bereiken zijn langdurige relaties tussen bewoners, familie en medewerkers van groot belang. Voor de medewerkers is het belangrijk dat ze steeds met dezelfde mensen en problemen in aanraking komen."
DAGBEHANDELING
Door de jaren heen werd het werkveld van Van Asten groter. Het verpleeghuis werd uitgebreid met de dagbehandeling in De Villa bij Lindenlust, er werden groepsverzorgingsprojecten opgezet in onder meer woon-zorgcentrum Simeonshof en verzorgingshuis Nieuw Beekvliet in Sint-Michielsgestel en Lindenlust ging samenwerken met het Boxtelse verpleeghuis Liduina. In 1994 werd Van Asten benoemd tot directeur van Lindenlust-Liduina. Met ingang van 1 januari 1999 valt ook verpleeghuis Nieuw Beekvliet onder zijn verantwoording, waardoor zijn takenpakket groeide en hij regelmatig op en neer pendelde tussen Boxtel en Sint-Michielsgestel.
,,De medewerkers klaagden de laatste jaren wel eens dat ze me zo weinig zagen, maar dat is inherent aan mijn functie die vooral bestond uit overleggen, vergaderen en beleid maken. De organisatie is groter geworden, waardoor ik helaas wat minder in de gelegenheid was om veelvuldig contact te hebben met de medewerkers en ook minder te maken had met de zorg-inhoudelijke kant van het werk. Toch kan ik na achttien jaren zeggen dat ik een fijne tijd gehad heb, waar ik met veel voldoening op terugkijk. Nee, ik vind het ook niet zo'n probleem dat ik dit jaar de oplevering van de nieuwbouw van het verpleeghuis Lindenlust-Liduina bij het oude ziekenhuis niet meer mee kan maken. Het is goed dat nieuwe, frisse mensen daar mee aan de slag gaan."
ZORGGROEP ELDE
Inmiddels is de ouderenzorg gebundeld en vallen de verpleeghuizen in Boxtel en elders in de regio samen met de Stichting Dommelhoven onder de Zorggroep Elde. Van Asten was nadrukkelijk betrokken bij dit samenwerkingsverband, waarbij de locatiemanagers terug kunnen vallen op de raad van bestuur, die weer verantwoording aflegt aan de raad van toezicht. Van Asten: ,,Het samenwerkingsverband leidt tot deskundige verpleging en verzorging onder één hoed. De locatiemanagers zijn verantwoordelijk voor de zorgvraag in de verschillende verpleeghuizen, terwijl de zorggroep regelt dat ondersteunende diensten als administratie, facilitaire diensten en de afdeling personeel en organisatie voor alle zorginstellingen gecentraliseerd zijn en op efficiënte wijze geregeld worden."
Het moment is aangebroken dat Van Asten, die gebruik maakt van de OBU-regeling, de ouderenzorg vaarwel zegt. Bang voor het beruchte zwarte gat is hij niet. ,,Tot september blijf ik nog in dienst als adviseur", zegt de scheidend directeur van de verpleeghuizen Lindenlust-Liduina en Nieuw Beekvliet. ,,Verder ga ik me niet storten op allerlei bestuursfuncties, maar kan ik eindelijk gaan genieten van mijn familie, mijn kleinkinderen en vrienden. Daarnaast heb ik een huisje in Frankrijk dat ik in mijn eigen tempo ga opknappen. En in februari ga ik samen met mijn zwager voor zes weken naar Australië, waar ik me erg op verheug. Dat ik met hem mee kan, heeft trouwens ook weer te maken met toeval", lacht hij.
,,Eigenlijk zou iemand anders met mijn zwager meegaan, maar die kon niet waardoor ik aan bod kwam", lacht Van Asten. ,,Toeval loopt als een rode draad door mijn leven. Je moet echter wel gebruik maken van de kansen die je in het leven krijgt. Doe je dat niet, dan blijf je altijd zitten met het knagende gevoel van 'had ik dat toen maar anders gedaan'. Ik ben blij met de keuzes die ik gemaakt heb, zeker met betrekking tot mijn werk in de zorgsector. Voor mij is het goed zo. Het is mooi geweest."