FOTOJOURNALIST TEUN VOETEN SPEURT NAAR VERBORGEN ONRECHT
’Ik wil laten zien wat ík
belangrijk vind’

Als kind al was hij onrustig, altijd op zoek naar grenzen, naar mensen die zijn nieuwsgierigheid naar onbekende verten konden bevredigen. De hangjongeren, randfiguren en halve criminelen waarmee Teun Voeten (1961) in zijn puberteit optrok, legden in feite de basis voor zijn latere journalistieke werk. Fotoreportages van rampgebieden, waar oorlogen, honger, haat en corruptie hun tol eisen. Benaderd vanuit een intens verlangen om verborgen onrecht aan de kaak te stellen. De in Boxtel geboren fotojournalist gaat gevaar niet uit de weg, hoewel hij na zijn angstige ervaringen in Sierra Leone wel wat voorzichtiger is geworden.
Een afspraak maken met Teun Voeten is niet eenvoudig, want zelden is hij op zijn vaste verblijfadres in Brussel te bereiken. De laatste maanden was hij meer thuis in New York, waar de Amerikaanse vertaling van zijn boek 'How the Body', de aansluitende exposities en lezingen de nodige tijd en aandacht vroegen. Te lang op één plek roept onrust op, dus op dit moment is de fotojournalist alleen even in Brussel om zaken af te werken en zich op een volgende trip voor te bereiden. Voor de Boxtelse lezers maakte hij graag even tijd vrij om iets meer over zichzelf en zijn werk te vertellen.
ONRUST
De carrière van Teun lijkt op het eerste gezicht ver af te staan van de studie die hij heeft gedaan. Na de middelbare school zweefde zijn belangstelling korte tijd tussen biologie en filosofie, maar hij zou in 1991 afstuderen als cultureel antropoloog. ,,In die tijd, maar ook daarvoor reisde ik al veel. Die onrust is nu eenmaal mijn aard, die zit als het ware in mijn bloed", vertelt hij. ,,Ik was op mijn achttiende uitwisselingsstudent in New Jersey en heb daar veel stadsbeelden gefotografeerd.”
Ook tijdens zijn verblijf in het goudzoekersdorp in het Andesgebergte, waar zijn afstudeerproject op gericht was, was hij dé dorpsfotograaf. ,,Ze vonden dat ik zo goed fotografeerde en terug in Nederland ben ik dat blijven doen. In die tijd vooral gebouwen, maar dan vooral lege kantoren, fabrieken, slachthuizen en dat soort dingen. Mensen eigenlijk niet." Teun noemt zijn oom Sybold Voeten uit Breda, de internationaal bekende architectuurfotograaf van wie hij de basis van het vak heeft geleerd. ,,Ik heb een tijdje als assistent bij hem gewerkt; een echte opleiding als fotograaf heb ik eigenlijk nooit gehad."
KRAP BUDGET
Extreme situaties hebben Teun altijd getrokken en dan vooral de mensen in die situaties. Met een lach: ,,Toen ik nog jong was, zei mijn moeder altijd al dat ik met de verkeerde mensen omging, die niet deugden: van die halve criminelen en randfiguren.” Zijn lens verschoof geleidelijk van stadsgezichten en gebouwen naar mensen in rampgebieden. Hij maakte foto’s tijdens de Golfoorlog in Israël en indrukwekkende reportages in Haïti, Burundi en Rwanda, waar hij strijders maar ook vluchtelingen in beeld bracht. Hij was in Colombia en reisde naar Afghanistan om daar met een goed gevoel voor verhoudingen oorlogssituaties vast te leggen.
Vooral in de begintijd was het sappelen met de krappe middelen die Teun had, maar zijn nieuwsgierigheid naar onderbelicht wereldnieuws dreef hem telkens weer op pad.
,,Je moet natuurlijk hard werken om te laten zien wie je bent en waar je goed in bent.” Teun publiceerde in Nederlandse, Belgische, Duitse en Franse kranten en tijdschriften, maar begreep al snel dat het van groot belang was om ook in Amerika en Engeland voet aan de grond te krijgen. Uiteindelijk slaagde hij erin te publiceren in Details en High Times en kreeg hij enkele grote opdrachten voor Vanity Fair en National Geographic.
,,Nee, het is zeker niet zo dat Europa te klein voor me is, maar je moet ook zakelijk zijn. Tenslotte moet je er wel van kunnen leven. En nu ik een wat ruimer budget heb, kan ik ook comfortabeler reizen. Dan heb ik daar een chauffeur, een tolk, een hotel enzo en dat werkt wel een heel stuk prettiger en veiliger ook. Meestal ga ik nu met meer mensen op pad, terwijl ik vroeger vooral alleen was.”
ANGST EN GEWELD
Naast fotoreportages heeft Teun inmiddels ook drie boeken op zijn naam staan. In 1994 en 1995 dook hij bijna vijf maanden letterlijk in de wereld van de tunnelmensen in New York om een eerlijk beeld te krijgen van hun leven 'underground'. Belevenissen die hij vastlegde in het boek 'Tunnelmensen’. In 1999 verscheen tijdens de gelijknamige expositie in het Centrum van Beeldende Kunst in Leiden het fotoboek 'A ticket to', waarin de meest indringende beelden van zijn reizen zijn verzameld.
Twee jaar geleden verscheen zijn boek 'How the Body? Hoop en Horror in Sierra Leone', waarin Teun beschrijft hoe hij door losgeslagen bendes rebellen en groepjes kindsoldaten werd opgejaagd. De redactie van het Belgische dagblad De Morgen en ook zijn familie in Nederland vreesden serieus voor zijn leven, omdat elk levensteken van Teun uitbleef. Later zou blijken dat hij amper aan de moordlustige rebellen wist te ontkomen en zich weken in de bush schuil moest houden.
NACHTMERRIES
Nachtmerries heeft Teun niet echt van alle schokkende situaties en beelden die hij fotografeert. ,,Nee, ik ben natuurlijk niet naïef en weet heel goed wat voor ellende er in dit aardse tranendal bestaat. Wat dat betreft leven we hier wel érg goed, op een unieke locatie mag ik wel zeggen. Maar in de regel is het vooral ellende en lijden dat je in de wereld tegenkomt. Heel triest, maar wel de realiteit en je weet als fotograaf heel goed wat je te wachten staat als je naar oorlogsgebieden reist." Hij voegt er aan toe: ,,Het is trouwens niet alleen ellende wat ik zie, ik kom ook heel dappere en goede mensen tegen." Hij verwijst naar de moedige hoofdonderwijzer Alfred, BBC reporter Eddy en padre Victor aan wie hij tijdens de meest angstige weken in Sierra Leone zijn leven te danken heeft.
GEEN GLAMOUR
Veiligheid heeft na zijn benauwde momenten in Sierra Leone wat meer aandacht gekregen. Solo gaat Teun nog zelden op pad; alleen als het safe genoeg is. ,,Wat dat betreft ben ik wel voorzichtiger geworden", zegt hij. Maar echt gevaarlijk noemt hij zijn werk niet. ,,Een of twee keer ben ik echt in problemen geraakt, maar verder valt het wel mee. Ik heb drie of vier keer in eigen land een auto-ongeluk gehad – buiten mijn schuld trouwens - dus risico's zijn er altijd en ook hier. Er zijn oorlogsgebieden waar het zeer gevaarlijk is, maar die situaties ga ik uit de weg. Ik zoek plaatsen waar het gewoon wat minder gevaarlijk is."
Onderwerpen die hem boeien hebben vooral met de donkere kant van het bestaan te maken. Mode en glamour hebben Teun nooit echt kunnen boeien. ,,Soms doe ik nog wel eens iets aan architectuurfotografie of maak ik portretten in opdracht. Je moet zo nu en dan gewoon even iets commercieels doen, want er moet nu eenmaal ook brood op de plank en alle rekeningen moeten worden betaald." Het liefst is de in Boxtel geboren fotograaf zelf met zijn camera op pad en kiest zijn eigen reisdoel. ,,Ik wil graag laten zien wat ík belangrijk vind.” Hij doelt op de zogeheten 'forgotten wars’, die zelden nog in het nieuws verschijnen en waar vele duizenden mensen op beestachtige wijze worden vermoord.
TOEKOMSTWENSEN
Zich settelen en een gezin stichten lijken amper te passen bij een gedreven oorlogsjournalist als Teun Voeten. Toch bekent hij grif dat een gezin absoluut tot zijn toekomstplannen hoort. ,,Ja, daar denk ik zeker over. Natuurlijk zal ik dan ook van tijd tot tijd op pad zijn, maar je kunt dit werk ook best doseren. Een stapje terug als oorlogsfotograaf kan heel goed, ook als je wat ouder wordt. Dan kun je de gevolgen van de oorlog of een ramp vastleggen en er de tijd voor nemen. Misschien wat softer en meer relaxt, maar zeker niet minder belangrijk. Op mijn zestigste zou ik dit werk nog best kunnen doen."
Zijn naam is inmiddels gevestigd en waardering geniet de internationale fotoreporter volop. Zo won hij tot drie keer toe de Zilveren Camera in de categorie Buitenlands Nieuws en in 2001 kreeg Teun de Sais Novartis Award voor 'The Terror of Sierra Leone’.
Over de meest indrukwekkende foto die hij in zijn carrière maakte, hoeft Teun niet lang na te denken. Dat zijn de kinderen die met doekjes voor de mond aan de rand van een massagraf staan in Goma (Rwanda) in juli 1994. ,,Van dat graf kun je eigenlijk weinig zien, maar de ogen van die kinderen spreken boekdelen. Ik hou vooral van het suggestieve in mijn werk; je hoeft niet alles te zien om te zeggen wat je bedoelt."
Ondanks de moderne digitale mogelijkheden, is Teun nog regelmatig in de doka te vinden om zijn foto's in zwart/wit af te drukken. ,,Dat blijf ik graag doen. Dan weet ik ook zeker dat ik de foto krijg zoals ik hem bedoeld heb. Voordeel is wel dat ik ze tegenwoordig in kan scannen en ze vervolgens aan persbureaus kan aanbieden. Dan hoef ik niet tig keer dezelfde foto af te drukken."