![]() |
VERDACHTE AANGEHOUDEN TIJDENS RECHTSZITTING
Celstraf na schietpartij bij MolenwijkschoolDe 29-jarige Boxtelaar die op 20 november vorig jaar betrokken was bij een schiet- en steekpartij op het Ronduutje hangt een gevangenisstraf van dertig maanden onvoorwaardelijk, tien maanden voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaar boven het hoofd. De man wordt door het Openbaar Ministerie mede verantwoordelijk gehouden voor de bloedige vechtpartij, die zich afspeelde voor het oog van kinderen, ouders en leerkrachten van de Molenwijkschool. Nadat de rechtbank in een eerder stadium een andere verdachte uit Boxtel in hoger beroep al tot dezelfde straf veroordeelde, zal de rechtbank in de zaak van de 29-jarige Boxtelaar op 30 december uitspraak doen. De Boxtelaar werd dinsdag 17 december tijdens de rechtszitting op verzoek van de rechter aangehouden. De rechtbank verwierp een verzoek van diens advocaat W. Piet om hem weer in vrijheid te stellen. Tijdens de rechtszitting maakte officier van justitie M. van Thiel duidelijk dat de vechtpartij op het grasveld voor de Molenwijkschool voor grote paniek heeft gezorgd. Het feit dat vooral veel kinderen bij het uitgaan van de school getuige waren van de vechtpartij werd door de officier van justitie als schokkend omschreven. ,,Men is massaal de school in gevlucht omdat twee heren niet fatsoenlijk kunnen omgaan met de omgangsregeling van een kind”, aldus Van Thiel. HOBBYMESDe vechtpartij ontstond toen de 29-jarige Boxtelaar zijn kind kwam ophalen bij de Molenwijkschool. Voor de school stuitte hij op de stiefvader van het kind, die inmiddels een relatie heeft met zijn ex-vrouw. Tussen de mannen ontstond een meningsverschil over wie het kind mee mocht nemen. Duw- en trekwerk ontaardde in een vechtpartij waarbij tenminste eenmaal werd geschoten en met een hobbymes ernstige steekwonden werden toegebracht.De rechter trachtte in het verhoor van de Boxtelaar helder voor ogen te krijgen hoe de vechtpartij zich had ontwikkeld. Daarbij was vooral het gebruik van het vuurwapen onderwerp van gesprek. De Boxtelaar zag, nadat een schot gelost was dat niemand verwondde, kans het vuurwapen af te pakken. Tenminste vier getuigen hebben nadien verklaard dat de Boxtelaar het wapen daarna tegen het hoofd van de andere man heeft gehouden en dreigde te schieten. De verdachte ontkent dit. Het vuurwapen was na het eerste schot defect geraakt. Dat hadden beide mannen volgens raadsman W. Piet in de gaten, zodat van echte dreiging geen sprake meer kon zijn, ook al is dat door omstanders zo waargenomen. Piet: ,,Getuigen zagen misschien wel dat er gericht werd met een wapen, maar wisten niet wat beide mannen wisten. Zoiets kan er voor een buitenstaander imposant uitzien, maar voor betrokkenen was het dat niet. Het zal een gebaar van triomf zijn geweest waarmee mijn cliënt wilde zeggen: ’Als hij het gedaan had, had ik je gehad’.” Het defect raken van het pistool is volgens officier van justitie Van Thiel de redding geweest voor veel omstanders. ,,De ellende was niet te overzien geweest als het wapen nog gewoon gebruikt had kunnen worden.” Dat stelde ook de verdachte trouwens, die beweerde dat zijn opponent in dat geval niet geaarzeld zou hebben hem te doden. ,,Dan had ik hier niet meer gezeten.” Dat hij geweld had gebruikt tegen de andere man was puur uit zelfverdediging. ONTSNAPPINGDe officier van justitie was niet onder de indruk van die lezing. Ze achtte wettig en overtuigend bewezen dat de Boxtelaar als eerste een klap heeft uitgedeeld en daarmee aanleiding heeft gegeven voor de vechtpartij. Dat de verdachte langdurig bleef stompen omschreef ze als een poging tot zware mishandeling. Het op korte afstand richten van een vuurwapen schaarde ze onder de noemer poging tot doodslag. Verschillende getuigenverklaringen zijn belastend voor de Boxtelaar.Het verzoek om de aanhouding van de verdachte ongedaan te maken wees de officier van justitie af. De rechtbank ondersteunde die mening. ,,Er zijn ernstige bezwaren die een voorlopige hechtenis rechtvaardigen”, sprak rechter J. Claassens. Daarbij werd in acht genomen dat de verdachte enkele weken na zijn aanhouding op 20 november 2001 kans zag de gevangenis te ontvluchten. Pas op 31 mei kon hij weer worden aangehouden. De rechtbank besloot later dat het voorarrest van de Boxtelaar niet verlengd hoefde te worden. Met de nieuwe aanhouding lijkt de rechtbank op dat besluit terug te komen. De Boxtelaar stelde dat hij kon ontvluchten omdat de deur van de instelling waar hij verbleef gewoon open was. Hij weigerde zich vervolgens te melden omdat zijn vriendin hoogzwanger was en hij bij de geboorte van het kind aanwezig wilde zijn. Advocaat Piet vulde aan dat de verdachte zichzelf ziet als slachtoffer en daarom niets voelde voor voorarrest. De verdachte stelde in zijn slotwoord dat hij met zijn vriendin en kind inmiddels een nieuwe start heeft gemaakt en een reguliere baan heeft gevonden. Hij beloofde ook op juiste wijze om te zullen gaan met de omgangsregeling voor zijn andere kinderen. Uitspraak op 30 december.
|
19 december 2002 |