KEES MARGRY UIT BOXTEL PROJECTLEIDER INTERREG III
’Samenwerking met Hageland
biedt meerwaarde’

De raadzaal van het Boxtelse gemeentehuis staat woensdag 30 oktober helemaal in het teken van het Interreg III-project. Culturele identiteit is de rode draad van een 55-tal grote en kleine projecten die voor juni 2005 in de Meierij en het Vlaamse Hageland met Europese steun gerealiseerd zullen worden. Boxtelaar Kees Margry (46) geeft als projectleider leiding aan deze uitdagende klus.
Naast gedeputeerde Onno Hoes van de provincie Noord-Brabant en burgemeester Jan van Homelen van Boxtel zal Margry op 30 oktober ingaan op het belang van het derde Interreg-project. In het gemeentehuis zullen tal van betrokkenen informatie verschaffen over hun bijdragen aan de 22 Nederlandse projecten in Interreg III. Informatiestands zullen worden bemand door bijvoorbeeld Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten.
,,Een aantal bestaande projecten in het gebied Het Groene Woud in de Meierij en het gebied Groen Hageland in de omgeving van de steden Aarschot, Scherpenheuvel-Zichem en Diest in Vlaams-Brabant is uitgekozen om met Europese steun gerealiseerd te worden”, vertelt Margry. Het zijn projecten die cultuurhistorische elementen in het landschap moeten herstellen, zoals kerkenpaden, of grote natuurgebieden in een stedelijke regio, zoals Kampina, moeten versterken.
Bijzondere aandacht is er voor streekproducten die nadrukkelijk gekoppeld zijn aan het landschap. Margry: ,,In de Meierij kun je dan vooral denken aan de klompenindustrie, in het Hageland is dat herstel van de wijnbouw die van oudsher in dit gebied heeft plaatsgevonden.”
COÖRDINATIE
Margry is per week tweeëneenhalve dag werkzaam als projectleider voor het Interreg-project. Zijn hoofdtaak is het coördineren van alle 22 Nederlandse en 33 Vlaamse projecten, zodat de Europese Unie tijdig en nauwkeurig wordt geïnformeerd over de vorderingen. ,,De provincie is uiteindelijk eindverantwoordelijk, maar op basis van mijn informatie aan het Interreg-secretariaat zal Europa subsidies betalen.” Hij benadrukt overigens dat hij niet verantwoordelijk is voor de financiële administratie.
Bioloog Margry is naast zijn werk als projectleider al vele jaren als werkzaam als docent aan Helicon Opleidingen in Boxtel. Nu hij een halve werkweek voor Interreg III wordt ingezet, beperkt hij zich gedurende de rest van de week voornamelijk tot lesgeven aan studenten en cursisten. ,,Met name milieutoezicht speelt hierin een rol”, vertelt Margry, die zich vooral heeft gespecialiseerd in zaken als landschapsbeheer en bijzondere wet- en regelgeving, zoals de Boswet, de Flora- en Faunawet en de Habitatrichtlijnen voor bedreigde dieren.
Hij raakte via het Innovatieplatform Duurzame Meierij betrokken bij de derde editie van het Interreg-project, waarin niet recreatieve voorzieningen centraal staan (Interreg I en II – red.), maar cultuurhistorie. ,,Ik was in het verleden al eens een jaar innovatiemanager voor een streekorganisatie. In die rol moest ik ervoor zorgen dat projecten makkelijker van de grond zouden komen.”
Omdat hij dit project vanwege geldgebrek niet kon afronden, raakte Margry naar eigen zeggen ‘even uit beeld’. Dat veranderde toen in 2001 Interreg III in zwang raakte. De Boxtelaar greep zijn kans, solliciteerde en moest in een kort tijdsbestek van twintig dagen een project op touw zetten over cultureel erfgoed. Aan dit project, dat inmiddels is omgedoopt tot Interregproject Groene Woud-Groen Hage(n)land, geeft Margry momenteel leiding.
SUBSIDIES
Interreg III is in juli 2002 officieel van start gegaan, maar Margry bekent dat tot op heden nog weinig projecten van de grond zijn gekomen. Dat heeft alles te maken met de onduidelijkheid over de wensen en eisen van de Europese Unie. ,,Op dit moment is niet helder aan welke voorwaarden projecten moeten voldoen om straks ook daadwerkelijk in aanmerking te komen voor subsidies. Zolang dat nog niet rond is, is het voor mij moeilijk de door de EU vereiste kwartaalrapportages op te stellen.”
Margry heeft er alle vertrouwen in dat binnenkort duidelijk zal worden welke eisen Brussel heeft. ,,De goedkeuring voor de uitvoering van de 55 projecten is binnen dus in feite kunnen de betrokken organisaties van start gaan. Maar de meeste instellingen durven nog niet te beginnen omdat onduidelijk is welke gegevens bij het Interreg-secretariaat ingediend moeten worden.”
De Boxtelaar erkent dat ambtelijke molens dus ook wat dit betreft langzaam draaien. Hij onderstreept echter dat de Europese Unie de nodige flexibiliteit in acht neemt. Kwamen subsidies in het verleden nog wel eens te vervallen als bleek dat projecten niet volgens de letter van het projectvoorstel waren uitgevoerd, nu erkent Brussel dat nieuwe inzichten tot aanpassing van projecten kunnen leiden. ,,Een goede zaak”, oordeelt Margry.
OVERSTEKENDE KOEIEN
De 55 projecten die de komende jaren in Het Groene Woud uitgevoerd zullen worden, vallen volgens Margry uiteen in drie onderdelen. Belangrijk zijn opnieuw de recreatieve voorzieningen in de natuurgebieden. Hij wijst op de bouw van een uitkijktoren in het Dommeldal tussen Liempde en Sint-Oedenrode en het verleggen van een parkeerterrein in De Geelders, maar ook op verbetering van de bezoekerscentra De Groene Poort aan de Bosscheweg in Boxtel en het Bezoekerscentrum van Natuurmonumenten in Oisterwijk.
Op het terrein van de natuurontwikkeling kijkt Margry vooral uit naar de realisering van een groot begrazingsgebied aan weerszijden van de Koevoortseweg. In de nabije toekomst kunnen runderen ongehinderd de weg oversteken en zullen weggebruikers dus rekening moeten houden met overstekende koeien. De gemeente Boxtel werkt verder aan de uitvoering van het Ecologisch Raamwerk, waarmee bedoeld wordt dat bermen, overhoeken, sloten en landwegen voortaan ecologisch beheerd en ingericht worden. Eerder dit jaar werd in de buurtschap Vrilkhoven te Liempde het officiële startsein gegeven voor het Ecologisch Raamwerk.
Communicatie met de burger is een derde onderdeel van het Interreg III-project. Aan de hand van folders, een krant, infopanelen in het landschap en een website op internet worden burgers de komende jaren geïnformeerd over de uitvoering van de projecten in Het Groene Woud.
SAMENWERKING
Het Interreg III-project staat of valt met de grensoverschrijdende samenwerking met talrijke instanties in Vlaams-Brabant. Hoewel de 55 projecten natuurlijk ook door lokale en provinciale overheden gerealiseerd zouden kunnen worden en samenwerking met de Vlamingen niet noodzakelijk is, is nadrukkelijk gekozen voor een blik over de grens.
Die is niet alleen ingegeven door de vele Europese subsidies die Brussel vanwege de internationale samenwerking in de grensregio Nederland-Vlaanderen beschikbaar wil stellen. Margry: ,,Het staat vast dat we veel van elkaar kunnen leren. De Belgen willen veel van ons opsteken over natuurontwikkeling, terwijl wij heel veel kunnen leren over recreatie en toerisme, zoals het uitzetten van een uitgebreid wandel- en fietsroutenetwerk.”
De projectleider denkt dan ook dat de uitwisseling tussen de projecten in Het Groene Woud en het Groen Hageland tot een kruisbestuiving kunnen leiden. De projecten in het Hageland zijn in elk geval net zo ambitieus als die in Het Groene Woud. De totale kosten die met het Interreg III-project zijn gemoeid bedragen ruim 5 miljoen euro. Ongeveer de helft wordt gefinancierd door de Europese Unie.