CIRCUS BAVARIA TWEE DAGEN IN LIEMPDE

’Circus moet vooral klein en
knus zijn’

Circus Bavaria heeft iets met Liempde. Tijdens de eerste tournee in 1988 werd de tent van circusdirecteur Bart de Vrind (60) opgebouwd op het evenemententerrein aan de Barrierweg. En nadat het circus ook in 2000 te gast was in Liempde, staat de tent opnieuw een paar dagen op d’n Tip. ,,Onze kracht ligt in het vinden van kleine plaatsen”, zegt De Vrind.

De Vrind is maandagmiddag 9 september blij dat hij even op een plastic stoeltje kan zitten. De circuscolonne is een paar uur eerder uit Limburg aangekomen in Liempde. Nadat de tent die plaats biedt aan 450 mensen is opgebouwd, overheerst de rust aan de Barrierweg. Slechts hier en daar is enige bedrijvigheid. Paarden, pony’s en kamelen knabbelen ontspannen aan het Liempdse gras. ,,We nemen altijd even gas terug als dit karwei geklaard is”, vertelt De Vrind.

De circusdirecteur is vermoeid van de reis. Pas om half drie ’s nachts was de tent in Limburg ingepakt. En onderweg naar Liempde raakte de kamelentruck stuk. Zelfs de Wegenwacht kon niets doen aan de kapotte wiellager. ,,Dat gaat weer geld kosten. Het is een oude Russische vrachtwagen die is overgekomen uit de voormalige DDR. Ik denk dat ik de onderdelen in Polen moet gaan halen.”

AFDANKERTJES
Geldgebrek lijkt een structureel probleem in de circuswereld. Ook circus Bavaria kende financiële problemen. De Vrind: ,,Vorig jaar stonden we drie weken lang in Gent. Er kwam geen hond opdagen omdat bleek dat er een paar weken eerder al een ander circus had gestaan.” De circusdirecteur vertelt dat ook zijn mensen – veertien in getal - daarom wel eens te maken krijgen met een betalingsachterstand. ,,Vorig jaar liepen we vijf weken achter. Toen vroeg iedereen bezorgd of het nog goed zou komen. En het kwam weer goed, daarvan was ik overtuigd.”

Maar het blijft behelpen. Het wagenpark van circus Bavaria bestaat volgens De Vrind uit louter ’afdankertjes’. ,,Trucks van vijf of zes jaar oud gaan naar Oost-Europa, die van negen of tien jaar oud verkassen naar Zuid-Amerika en de rest gaat naar Afrika. Wat overblijft is voor ons.” Het rijden met oude trucks schept vaak problemen, bijvoorbeeld als een band kapotgaat. ,,Die afwijkende bandenmaten zijn vaak moeilijk te krijgen en dus peperduur.”

De Vrind benadrukt dat hij niet echt maalt om de financiële perikelen die zo nu en dan de kop opsteken. ,,Goedkoop inkopen is onze kracht”, zegt hij. Wat hem wel stoort is het vergunningenbeleid in Nederland. ,,In de ene gemeente betaal je 80 euro aan legeskosten, in de andere kost een vergunning meer dan 200 euro.” In België, waar circus Bavaria thuis is en ook regelmatig optreedt, geldt een soepeler regime. ,,Daar volstaat een briefje aan de burgemeester, die je vervolgens veel succes wenst. Maar je loopt wel kans dat je je circus opbouwt op het zaagsel van het vorige circus. Dat is in Nederland weer beter geregeld.”

CIRCUSFLITS
Naast circusdirecteur is de in Amsterdam geboren De Vrind spreekstalmeester en artiest. Tijdens de vijftiende tournee van zijn circus brengt hij een nummer met een bruine pony die allerlei kunstjes doet, zoals de krant halen en het licht aandoen. Lachend: ,,Dat nummer zit er bij die pony helemaal ingebakken. Ook nadat het vier maanden niet is opgevoerd, kan ik er zonder oefenen weer mee starten.”

De Vrind raakte pas op 20-jarige leeftijd betrokken bij het circus. Maar de liefde voor een reizend artiestenbestaan trok al sinds zijn zesde, toen hij in Amsterdam het befaamde circus Mikkenie bezocht. ,,Na de oorlog was er een enorme behoefte aan amusement. Toen dat circus kwam met al die Indische olifanten was ik verkocht.”

Jarenlang tekende De Vrind circussen, maakte hij foto’s en hielp hij mee als er weer eens een circus in Amsterdam neerstreek. Hij begon zelfs een circusblad, dat onder de naam Circusflits 150 abonnees had. Het was Toni Boltini die de Amsterdammer in 1963 overhaalde om naar het circus te komen. ,,Ik stopte als typograaf bij Het Vrije Volk en werd perschef bij Boltini”, vertelt De Vrind.

Na een ’slaande ruzie’ met Boltini sloot hij zich in 1968 aan bij het Franse circus Rancy, dat op de vlucht voor het studentenoproer in Parijs door Nederland trok. Vervolgens was De Vrind werkzaam bij circus Renz totdat hij als zelfstandig ondernemer een eigen circus opende, dat in 1975 de eerste tournee beleefde. Na een auto-ongeval deed hij het circus van de hand en trad opnieuw in dienst van circus Renz. ,,Het bleef echter kriebelen en in 1987 ben ik op zoek gegaan naar een gebruikt tentje om weer voor mezelf te beginnen.”

ROMANTIEK
Op het gras van het evenemententerrein in Liempde vertelt De Vrind dat een circus in Nederland vooral klein en knus moet zijn. Terwijl het publiek in België juist veel verwacht van grote circussen, zweren veel Nederlanders bij de circusromantiek van weleer. ,,Mensen willen dat een circus eruitziet zoals hun ouders het nog gekend hebben, dus een kleine tent met een intieme sfeer en zaagsel in de piste.”

Circus Bavaria voldoet aan die wens, zo meent De Vrind. Hij legt uit dat bij de planning van het seizoen doelbewust gezocht wordt naar locaties waar het circus nét oppast. ,,Dat betekent dat er in die gemeente geen plaats is voor een groter circus. We mikken vooral op uitvergrote dorpen met vijf- tot tienduizend inwoners.” Hij becijfert dat een circus doorgaans rekent op de komst van 10 procent van de inwoners. ,,Hoe kleiner de gemeenschap, hoe groter dat percentage”, aldus De Vrind.

Cijfers botsen echter wel eens met de realiteit. Er zijn dagen waarop zich niet meer dan tien mensen bij de tent melden. ,,We willen die mensen niet teleurstellen en voeren toch onze show op. Maar soms sturen we ook mensen naar huis. Je kunt niet voor drie mensen optreden. Maar ik kan me shows herinneringen waar de wisselwerking met het publiek geweldig was, ook al was er maar een handjevol mensen. Maar natuurlijk leeft een circusartiest niet van applaus alleen. Er moet ook brood op de plank komen.”

Dat de circuswereld louter bestaat uit de romantiek van het reizende bestaan, is volgens De Vrind onjuist. ,,Natuurlijk betekent het circusleven vrijheid. Maar romantiek is ook twee of drie dagen met lekkende schoenen over een zompig veld lopen of bij nacht en ontij onder een donkere vrachtwagen sleutelen. Dat vergeten mensen vaak.”

MAGIE
Het feit dat circus Bavaria vier dagen in Liempde staat is geen goed teken. De Vrind: ,,Twee dagen vrij zijn betekent voor ons verlies. Maar ik heb voor deze dagen niets kunnen vinden. Dus gebruiken we onze tijd in Liempde voor reparaties en onderhoud. Dat schiet er wel eens bij in als je in één week zeven verschillende plaatsen aandoet. Dan bestaat het ritme uit continu opbouwen, optreden, afbreken en verkassen.”

De Vrind geniet nog elke dag van het circusleven. Met de huidige voorstelling biedt circus Bavaria volgens de circusdirecteur een programma vol humor en spanning. ,,De show betekent alles voor het circus. Maar aankomst en vertrek zijn voor mij de echte cruciale momenten. Het zijn dé momenten die een groot deel van de magie van het circus bepalen. Het is de magie van het verschijnen en verdwijnen. Als mensen ’s morgens de gordijnen opendoen, zien ze ineens een circus in het plantsoen voor hun deur staan. En de volgende ochtend zijn we weer verdwenen...




12 september 2001

Terug