ONDERCOMMANDANT NEEMT AFSCHEID

'Regelgeving voor brandweer
is strenger geworden'

Vroeger als jonge jongen ging hij al graag naar 'brandjes' kijken en volgde hij de bewegingen van de brandweermannen op de voet. Toen hij 22 jaar oud was werd hij gevraagd om lid te worden van het korps. Boxtelaar Rini van Oirschot (55) hoefde niet lang na te denken en stapte in het avontuur. Na een moeizaam begin ontpopte hij zich tot de beoogde opvolger van plaatsvervangend commandant Piet van de Bongaardt. Vanaf 1981 nam hij het roer van zijn leermeester over en bleef hij ruim 21 jaar ondercommandant van het Boxtelse brandweerkorps. Per 1 september neemt hij afscheid vanwege het bereiken van de voor de brandweermannen pensioengerechtigde leeftijd. ,,Het werk bij de brandweer is na de rampen in Enschede en Volendam veel zakelijker geworden", zegt Van Oirschot.

Als Van Oirschot over zijn werk bij de brandweer in Boxtel begint, is hij niet meer te stoppen. Niet zo vreemd, want in de 33 jaar dat hij lid is van het korps zette hij als hulpverlener zijn leven vaak op het spel en werd hij geconfronteerd met veel ellende en dramatische ongelukken. ,,Ik ben al meer dan dertig jaar bij de brandweer, maar aan al die vreselijke dingen die je meemaakt raak je nooit gewend. Dat blijft pijn doen." Van Oirschot wijdt liever uit over de mooie kanten van het vak van brandweerman. ,,De kameraadschap en de verbondenheid die je aantreft bij de brandweer is uniek", zegt hij. ,,Daar kan ik heel erg van genieten."

Toen hij in 1969 als groentje bij het korps kwam, voelde hij zich aanvankelijk een vreemde eend in de bijt. ,,Er was destijds nog geen sprake zoals nu van intensieve begeleiding of een mentor die je op sleeptouw nam. Ik werd een beetje aan mijn lot overgelaten en moest mijn eigen weg zien te vinden. Als ik na een oefening in slecht weer helemaal verkleumd en zeiknat thuiskwam, dacht ik wel eens: 'Is dit het nou?'. Soms heb ik in die beginperiode wel eens voorzichtig gedacht om het bijltje erbij neer te leggen, maar ik heb nooit echt serieus overwogen om te stoppen. Ik vond het werk als brandweerman veel te leuk."

FAMILIEBEDRIJF
Samen met zijn broer Harrie was Van Oirschot tot vijf jaar geleden actief in het familiebedrijf Van Oirschot Roestvrijstaal BV. In combinatie met zijn werk voor de brandweer zorgde dat voor een druk bestaan. ,,Ik ben destijds door Theo van Dongen gevraagd om bij de brandweer te komen. Hij was zelf lid van het korps en was smid van beroep. In die tijd waren veel zelfstandigen lid van de brandweer. Door mijn werk was ik technisch goed onderlegd, wat me goed van pas kwam bij de brandweer. Ik hield bovendien wel van wat sensatie en was vrij ambitieus."

Hij vervolgt: ,,Na het moeilijke begin bij de brandweer kreeg ik er steeds meer plezier in, zeker nadat ik de cursus gevolgd had. Daarvoor wist ik van toeten noch blazen en vroeg ik me vaak af wat er allemaal om me heen gebeurde, maar dat veranderde snel. Mijn eerste grote brand was die in 1972 bij de meubelfabriek Novum aan de Van Salmstraat, dat heeft veel indruk op me gemaakt."

Van Oirschot ontwikkelde zich goed als brandweerman en wilde graag werk maken van zijn ambities. Hij volgde als eerste in Boxtel de cursus onderbrandmeester, waarmee hij zou opklimmen tot bevelvoerder. ,,Die studie heeft drie jaar lang geduurd. Ik had het toen zo druk met mijn werk bij het familiebedrijf en de cursus dat ik mijn kinderen nauwelijks zag, maar ik wilde mijn ambities graag waarmaken en wilde dolgraag slagen. Dat lukte uiteindelijk in december 1979. Ik was de beoogde opvolger van de plaatsvervangend commandant Piet van de Bongaardt, die heel populair was in het korps. Omdat ik nog niet helemaal klaar was om die verantwoordelijkheid op me te nemen is Piet nog een paar jaar aangebleven. In die jaren heb ik met hem meegelopen en heeft hij mij de fijne kneepjes van het vak geleerd."

VERANTWOORDELIJKHEID
Toen het moment kwam dat Van Oirschot zijn voorganger Van de Bongaardt zou gaan opvolgen, begon hij zich toch een beetje zorgen te maken. ,,Ik zag een beetje op tegen de verantwoordelijkheid. Toen Piet nog ondercommandant was, kon ik lekker in zijn schaduw meelopen. Er zou echter een moment komen dat ik het van hem zou overnemen. Gelukkig was Piet altijd bereid om mij te helpen als ik vragen had, zodoende begon ik in 1981 uiteindelijk toch nog redelijk onbevangen aan mijn nieuwe functie. Ik genoot er van als de commandant op vakantie was en ik de leiding van hem over moest nemen. Dat kwam ook door de fantastische club brandweermannen waar ik op terug kon vallen. We hadden aan één woord genoeg en konden elkaar blindelings vertouwen", zegt Van Oirschot.

,,Het vreemde was eigenlijk dat ik in feite beter opgeleid was dan de commandant die boven mij stond. Daardoor kreeg ik veel vrijheid om mijn ideeën uit te voeren, maar de verhoudingen waren duidelijk. De commandant zette de lijnen uit en wij zorgden voor de uitvoering."

VERANDERINGEN
In vergelijking met zijn beginjaren is er volgens Van Oirschot veel veranderd in de brandweerwereld. De 'macho-cultuur' van vroeger, waarin geen plaats was voor emoties, is voorgoed verdwenen. ,,Vroeger sprak je niet over de vreselijke dingen die je meemaakte terwijl dat juist heel belangrijk was. Dat nam je mee naar huis. Gelukkig was mijn vrouw altijd bereid om naar mijn verhalen te luisteren, waardoor ik mijn gevoelens niet hoefde op te kroppen. Tegenwoordig heeft de nazorg grote prioriteit", aldus Van Oirschot.

,,Elke actie van de brandweer wordt tegenwoordig uitgebreid geëvalueerd, liefst met vertegenwoordigers van de GGD en politie erbij. Waar huilen vroeger absoluut niet kon, wordt het nu juist gestimuleerd om te vertellen over hetgeen men heeft meegemaakt. Dat kan vaak enorm opluchten."

Maar er hebben meer veranderingen plaatsgevonden, vooral na de rampen onder meer in Enschede en Volendam. ,,Vroeger was alles veel leuker en ongedwongen, nu is alles zakelijker geworden. De regelgeving is uitgebreid en de naleving daarop is veel strenger geworden. Als je vroeger in actie moest komen, ging je een brand blussen, nu moet je aan zaken als aansprakelijkheid denken en voorkomen dat je een procedure aan je broek krijgt."

Hij vervolgt: ,,Waar de leidinggevenden vroeger bovendien uit vrijwilligers bestonden, bestaan die nu vooral uit professionals die een academische opleiding genoten hebben. Wat dat betreft heb ik er wel vrede mee dat ik afscheid ga nemen en dat jongere collega's een kans krijgen. Ik heb een fantastische tijd gehad en ondanks alle ellende die ik heb gezien met alle liefde en plezier bij de brandweer gewerkt."

Ondercommandant Rini van Oirschot neemt op 7 september intern afscheid van het brandweerkorps.




22 augustus 2002

Terug