KAREL EN NICOLIEN BEER UIT ESCH:

’Scheepswerf past prima op Daasdonk’

Twee ochtenden per week houdt Karel Beer in een monumentaal onderkomen op de Kollenberg in Esch praktijk als fysiotherapeut. De rest van de week besteedt hij met zijn vrouw Nicolien aan het opknappen van houten boten. Op 1 september opent het echtpaar Beer op bedrijventerrein Daasdonk in Liempde een heuse scheepswerf, waar binnenkort zelfs een koninklijk jacht gerestaureerd zal worden. Een gesprek met de eigenaars van De Houtwerf Eursa.

De afwezigheid van open water is voor Karel en Nicolien geen bezwaar om in de voormalige houtzagerij van de familie Van de Wiel aan de Biezen in Liempde een scheepswerf te openen. De houten boten die op Daasdonk gerestaureerd zullen worden, kunnen eenvoudig aangevoerd worden op trailers. ,,We zitten dichtbij de rijksweg en zijn in een mum van tijd in de jachthaven van Eindhoven of Tilburg”, stelt Nicolien.

Momenteel zijn veel spullen van het paar nog ondergebracht in een loods in Haaren. Karel en Nicolien wonen daar sinds hun monumentale boerderij aan de Broekstraat in Esch door brand werd verwoest. Het vuur werd destijds aangestoken door een pyromaan, die later werd aangehouden en veroordeeld. ,,We hebben nog steeds plannen om de boerderij met Vlaamse schuren en bakhuis opnieuw op te bouwen, maar we wachten op het groene licht van Monumentenzorg”, vertelt Karel.

Hij is verbolgen over het feit dat de gemeente Haaren een reeds verleende bouwvergunning voor de wederopbouw van de boerderij wil intrekken omdat de termijn van 26 weken wordt overschreden.

Het toeval heeft Karel en Nicolien naar Liempde gebracht. Via via vernam het paar dat het bedrijfsgebouw aan de Biezen vacant was. In vrij korte tijd was een huurovereenkomst geregeld en inmiddels worden dag in dag uit spullen van Haaren naar Liempde gebracht. Naast enorme hoeveelheden hout gaat het ook om allerlei soorten boten en bootjes, zoals de Edine, een houten boot die in 1963 werd gebouwd door Karels vader.

,,Ik kom uit een familie van restaurateurs”, legt Karel uit. Zijn vader was notaris in Overschie bij Rotterdam, maar zette op een gegeven moment een punt achter zijn succesvolle loopbaan. ,,Hij hing zijn zwarte pak voorgoed in de kast en ging houten bootjes bouwen. Dat heeft hij gedaan totdat hij op hoge leeftijd in zijn werkplunje naar een bejaardenhuis ging. In dat blauwe pak is hij ook begraven. Een ander pak koester ik nog steeds als mooie herinnering aan hem.”

Met zijn vrouw Nicolien is Karel al zo’n twintig jaar parttime werkzaam als restaurateur van houten boten. Hij combineert die ’uit de hand gelopen hobby’ met zijn werk als fysiotherapeut. ,,Het opknappen van boten kost dermate veel tijd dat mijn collega eigenlijk de praktijk runt”, lacht Karel. Terwijl hij het echte restauratiewerk verricht, doet zijn vrouw de administratie. Nicolien: ,,Sinds 1992 werken we bedrijfsmatig. Vandaar dat we naar een onderkomen zochten zoals we op Daaddonk gevonden hebben. Onze activiteiten passen in het bestemmingsplan, dat alleen houtbewerking toestaat. Welnu, hier wordt alleen maar met hout gewerkt.”

Naast het opknappen van houten boten richten Karel en Nicolien zich onder meer op de restauratie van bijvoorbeeld houten plafonds. ,,Ik werk nu aan de restauratie van een Tilburgs plafond uit 1700. Ook heb ik nog een preekstoel uit 1639 die ik moet restaureren. Verder werk ik nog aan een idee om ook cursussen te gaan geven. Een cursus houtbewerken zou misschien niet misstaan. De restauratieschool voor boten staat immers in Enkhuizen en dat is voor mensen in het zuiden een eind rijden”, aldus Karel.

Hij reist stad en land af om bijzondere vondsten naar zijn werkplaats te halen. Tijdens een reis naar vrienden in Vancouver in Canada stuitte Karel op een partij bijzonder hout. Het waren pilaren van een oude spoorbrug uit 1880. ,,Ik heb het hout in een container laten stoppen en naar Nederland gestuurd. Het bootje dat ik ook nog ergens op de kop had weten te tikken stond er bovenop toen het verscheept werd.”

Ronduit opmerkelijk is de restauratieklus die Karel binnenkort te wachten staat. Een speciaal transport zal nodig zijn om een elegant jacht van de overleden Noorse koning Olav naar Liempde te vervoeren. Het jacht, dat Karel tijdens een rondreis door Zweden en Noorwegen aantrof, is elf meter lang, maar nog geen twee meter breed. ,,Via een botenmakelaar kwam ik het schip op het spoor. Nadat ik het gekocht had, heb ik er meteen wedstrijden mee gevaren. Daarna ben ik ermee naar Nederland gevaren. Met de Noren is afgesproken dat ik het alleen aan mensen uit Noorwegen mag verkopen. Maar eerst moet het gerestaureerd worden.”

Totdat het koninklijke jacht naar Liempde wordt vervoerd wacht Karel en Nicolien de immense klus om alle spullen van Haaren naar Daasdonk te transporteren. Een aantal boten is al gearriveerd; het machinepark en het gereedschap zullen later volgen. Dat geldt ook voor het materiaal dat afkomstig is van Vlaamse schuren. Karel: ,,Ooit wil ik die schuren herbouwen aan de Broekstraat. Dat hele gedoe rond die afgebrande boerderij bezorgt me heel veel negatieve energie. Daarom is het zo fijn om houten boten te restaureren. Dat geeft me weer positieve energie.”




15 augustus 2002

Terug