’BEZORGDHEID IS WEGGENOMEN’
Provincie gaat akkoord met
structuurvisie Boxtel
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant stemmen in grote lijnen in met de structuurvisie plus van de gemeente Boxtel. In november vorig jaar zette de provinciale planologische commissie (PPC) nog grote vraagtekens bij de visie. Na aanpassing van de structuurvisie op een aantal belangrijke punten is volgens de provincie nu sprake van ’een evenwichtige visie’. Een aantal hoofdthema’s als woningbouw en infrastructuur ontmoet echter nog steeds kritiek.
Het belangrijkste struikelblok in de aangepaste structuurvisie plus lijkt de toekomstige woningbouw in Boxtel. De provincie is van mening dat Boxtel onvoldoende aangeeft welke bouwmogelijkheden er bestaan in bestaand stedelijk gebied. Boxtel gaat te veel uit van de uiterste grenzen van de stedelijke groei, maar zou in de ogen van de provincie meer moeten kijken naar locaties binnen de kom die geschikt zijn voor inbreiding, herstructurering en revitalisering.
Ronduit kritisch is de provincie op de plannen om huizen te bouwen aan de rand van wandelpark Molenwijk. Men ondersteunt de gedachte dat de kwaliteiten van het park versterkt moeten worden. ,,De uitspraak dat bebouwing aan de randen daaraan kan bijdragen zien we hiermee niet in overeenstemming.” De provincie zet ’de nodige vraagtekens’ bij de wenselijkheid van bebouwing in het park en wil op de hoogte gehouden worden van verdere planvorming.
Ook de ideeën om ten zuiden van de kern Boxtel een nieuw dorp te realiseren stuit net als vorig jaar op kritiek. De provincie vreest dat zo’n nieuwe nederzetting een negatieve stedelijke uitstraling zal hebben op het omliggende landschap. ,,Wij zijn niet overtuigd van de wenselijkheid van de oprichting van een nieuw dorp”, schrijft de provincie in haar voorlopig standpunt over de structuurvisie plus.
OMISSIE
Het hoofdstuk infrastructuur speelt met woningbouw een hoofdrol in het standpunt van de provincie. Dat Boxtel geen ruimtelijke visie heeft ontwikkeld op de gewenste ontwikkeling van verkeer en ontsluiting, noemt de provincie de belangrijkste omissie in de structuurvisie plus. ,,De structuurvisie is op dit punt nog onvoldragen en vraagt om nadere uitwerking.”
De provincie vindt dat Boxtel een overkoepelende verkeers- en ontsluitingsvisie moet opstellen. Alleen in zo’n visie kunnen de gevolgen van een sprong over het spoor, de ontsluiting van Ladonk, de sanering van spoorwegovergangen en de aanleg van een noordelijke ontsluitingsweg en een parallelweg langs de A2 in beeld worden gebracht.
De provincie geeft aan geen voorstander te zijn van de aanleg van nieuwe wegen, zoals een noordelijke ontsluitingsweg. Men vreest aantasting van natuur en landschap en een aantrekkingskracht op ongewenst verkeer. Bovendien denkt de provincie dat nieuwe wegen ongewenste stedelijke ontwikkelingen tot gevolg kunnen hebben. ,,We zijn van mening dat vanuit het streven naar zo min mogelijk doorsnijding en aantasting van natuur en landschap gezocht moet worden naar een duurzame verkeersstructuur voor de gemeente Boxtel.”
BOUWSTEEN
De provincie beschouwt de structuurvisie plus als ’een mooie bouwsteen’ als het gaat om ontwikkelingen in het landelijk gebied. Boxtel denkt dat het buitengebied vooral geschikt is voor natuur- en landschapsontwikkeling met kleinschalige vormen van landbouw. ,,Gezien de ligging van de gemeente in de context van het Groene Woud vinden wij dit een reële insteek voor het proces van revitalisering van het landelijk gebied.”
De komst van nieuwe bedrijven naar Boxtel moet in de ogen van de provincie regionaal afgestemd worden. De herstructurering van bedrijventerrein Ladonk wordt toegejuicht. De provincie kan zich vinden in ideeën om zogenaamde ’ruimtevreters’ op Ladonk naar omliggende stedelijke regio’s te verplaatsen.
Het streven naar een stedelijk voorzieningenniveau roept vraagtekens op. De provincie waarschuwt dat hiervoor in Boxtel mogelijk te weinig draagvlak is, vooral als het gaat om extra ruimte voor detailhandel. Nu Boxtel er vanuit gaat dat het inwonertal blijft schommelen rond 30.000, denkt de provincie dat de vestiging van nieuwe vormen van detailhandel niet reëel is.
De PPC buigt zich op 17 juli over de structuurvisie plus en het voorlopig standpunt van Gedeputeerde Staten.