CABARETIER MONGI FARHANI OP BAZAAR SELISSENWAL
’Integreren is meer dan
suiker in de koffie doen’

De woorden komen als een waterval uit zijn mond. Grapjes over zijn altijd klagende buurman, het veel te grote Boxtelse station en het integratievraagstuk wisselt hij af met bloedserieuze pleidooien over vrede in de wereld. Na zijn Nederlandstalig debuut op het Festival Mundial in Tilburg staat de Boxtelse cabaretier Mongi Farhani (34) zaterdag 6 juli op de planken tijdens de eerste Bazaar Selissenwal. Farhani: ,,Ik ben echt helemaal geïntegreerd. Ik doe de afwas als er gasten komen, schenk koffie met een speculaasje en ben gescheiden.”
Het leven op de bühne zit Farhani in het bloed. Al op jonge leeftijd stond de in Tunesië geboren en getogen Boxtelaar op de planken. Het begon met acteren in allerlei toneelgroepjes. Later, toen hij literatuurwetenschappen studeerde aan de universiteit in de Tunesische 'theaterstad’ Kef, had hij zijn eigen theatergroep. ,,Het was een soort protestgroep. We waren behoorlijk maatschappijkritisch. Gekscherend zei ik tegen mijn vrienden dat ze me na afloop van de voorstelling konden opzoeken in een politiecel.”
Farhani kwam meermaals in botsing met de autoriteiten. Het leidde uiteindelijk tot zijn vertrek. ,,De ruimte in Tunesië was me te beperkt. Er waren te veel heilige huisjes waar niets over gezegd mocht worden. Nou ja, heilige huisjes, het waren gewone huisjes, die door een bepaalde groep heilig verklaard waren.” De cabaretier vertrok naar Venetië, waar hij theaterwetenschappen ging studeren. Persoonlijke omstandigheden voerden hem acht jaar geleden naar Nederland, waar hij trouwde, een zoon kreeg en scheidde. Hij lacht: ,,Dat is nog eens integreren hè!”
AANPASSEN
Cabaret en comedy hebben Farhani ook in Nederland altijd getrokken. Omdat hij de Nederlandse taal in de eerste jaren niet sprak, trad hij op met een Engelse voorstelling. Dat deed hij in asielzoekerscentra, bij vluchtelingen en tijdens multiculturele festivals. ,,Op den duur werd ik er gek van dat ik geen Nederlands sprak. Bij mijn toenmalige schoonouders zat ik als een steen op de bank.” Farhani ging Nederlandse lessen volgen bij Joice in Boxtel en koos daarna voor zelfstudie. ,,Maar het meeste Nederlands leer je thuis, bijvoorbeeld door met een Nederlandse vrouw in discussie te gaan. Dat is pas leerzaam. Pfff... Ik ben nu zover dat ik een Nederlands programma heb geschreven, waarmee ik in september wil gaan optreden.”
Integratie van allochtonen is een dankbaar onderwerp in zijn conferences. Farhani weet zelf wat het is om als vreemde in een onbekende samenleving terecht te komen. ,,Integratie is een kwestie van geven en nemen”, zegt de cabaretier. ,,Ik moet me aanpassen, ik verwacht niet dat Nederland zich aan mij aanpast. Maar ik vind wel dat ik vrij ben om aan mijn eigen waarden, normen en cultuur vast te houden. Daar kunnen Nederlanders ook iets van leren. Tot mijn grote geluk zie ik steeds meer een dialoog ontstaan waarin de vraag centraal staat wat autochtonen en allochtonen voor elkaar kunnen betekenen.”
Hij heeft allerlei grappen over integratie. Zijn eigen manier van leven speelt daarin zeker een rol. ,,Kijk maar naar de aanrecht in de keuken. Ik wist dat je kwam, dus ik heb nog even snel de afwas gedaan en koffie gezet. En hier, speculaasjes in een koektrommel! Maar integratie is toch meer dan suiker in de koffie doen?”
Farhani kijkt soms met verbazing naar andere allochtonen, die in zijn ogen te veel vasthouden aan hun moederland. ,,Natuurlijk mis ik mijn moederland Tunesië. Maar telkens als ik er terugkom, zie ik dat het land verandert en ik er eigenlijk niet meer thuishoor. Ik ben een allochtoon in mijn eigen land geworden. Nee, ik doe hier alles, ik leef hier, ik volg de Nederlandse voetbalcompetitie. Voor de meeste allochtonen zal uiteindelijk gelden dat teruggaan een illusie is, daar ben ik van overtuigd.”
YOUP
Als cabaretier heeft Farhani niet echt een voorbeeld. Wel vindt hij Youp van ’t Hek heel goed. ,,Hij is geweldig. Hij meent wat hij zegt en kan het goed brengen. Dat vind ik leuk.” Ook Jurgen Raymann, die vaak keiharde grappen maakt over zijn eigen Surinaamse achtergrond, vindt Farhani goed. ,,Ik heb hem een brief geschreven en hoop ooit nog eens in zijn programma te komen.” Verder wil Farhani vooral zichzelf zijn en geen kloon zijn van een andere, bekende cabaretier.
Voor zijn programma’s maakt hij soms gebruik van zijn ervaringen in het asielzoekerscentrum in de Vughtse Isabella-kazerne. Farhani werkt daar als mentor en activiteitenbegeleider voor jonge vluchtelingen. De verhalen die hij van de tieners hoort zijn vaak schrijnend. ,,Ze komen vaak uit hele moeilijke situaties, die duidelijk maken waarom werkelijk van alles bedacht wordt om het land te verlaten en elders een veilig onderkomen te vinden.” Farhani trekt zich het lot aan van de jongeren. ,,Anderen gaan er zogezegd professioneel mee om. Maar ik kan de deur om vijf uur niet achter me dichttrekken en alles vergeten. Soms zit ik echt met die verhalen. Dan verwijten ze met dat ik te emotioneel ben. Het zal wel.”
Zijn programma in Boxtel zal niet veel afwijken van de voorstelling die hij vorige maand op het Festival Mundial gaf. Het wordt de tweede show die Farhani in het Nederlands zal opvoeren. Of hij er Boxtelse elementen in zal verweven weet hij nog niet. ,,Nu je het zegt, ik zou iets grappigs kunnen zeggen over het station. Want zeg nou zelf, het is toch belachelijk dat zo’n groot station zo’n piepklein winkeltje heeft.” Ook de ophef over het theaterplan zou een onderwerp kunnen zijn. ,,Ik hoop er nog eens ooit op de planken te staan. Totdat het zover is, hoop ik mijn programma ooit op een school in Boxtel op te voeren.”
Een dankbaar onderwerp is het geklaag en gemopper van Nederlanders. Farhani verbaast zich ook na acht jaar nog steeds over deze ’nationale ziekte’. ,,Neem nou mijn buurman. Het weer vindt hij altijd klote. En als de zon een keertje schijnt, was het de dag ervoor kutweer.” Hij vervolgt: ,,En dan dat gemopper over de trein die altijd te laat is. Nou is dat ook wel zo, maar hou er toch eens over op, we weten het wel. Mensen zijn nooit tevreden.” Farhani denkt dat het klagen in de volksaard van de Nederlanders zit. Lachend: ,,Ik hoorde laatst dat een radioprogramma waarin mensen mogen klagen het best beluisterd wordt. Dat zegt toch genoeg.”