VEEL BELANGSTELLING VOOR INFORMATIEAVOND

Natuurontwikkeling stokpaardje provincie

De afgelopen jaren heeft de provincie in de zogenaamde begrenzingsplannen van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) aangegeven waar de nieuwe natuurgebieden en de natuurverbindingen in Noord-Brabant zullen komen. Thans komt het vervolg in beeld, nu de provincie in de zogenaamde natuurgebiedsplannen heeft aangegeven wat voor soort natuur zij in de EHS wil realiseren. Dat met het doel om inzicht te krijgen in de gevolgen voor de inrichting, het beheer en het gebruik van de natuur. Meer dan honderd belangstellenden waren woensdag, 24 oktober aanwezig op de door de provincie belegde voorlichtingsbijeenkomst in restaurant Molenwijk, waar zowel door gedeputeerde Lambert Verheijen als materiedeskundige Wiel Poelmans de provinciale plannen werden toegelicht.

Op 1 januari 2000 is een nieuw subsidiestelsel voor natuur en landschap ingegaan. Middels natuurgebiedsplannen wordt sturing gegeven aan de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000. In de natuurgebiedsplannen worden onder andere de natuurstreefbeelden, subsidiemogelijkheden en particulier natuurbeheer beschreven. De natuurdoeltypen, de beschikbare basis-, plus- en landschapspakketten en de mogelijkheden voor particulier natuurbeheer zijn op - nog niet geheel complete - kaarten weergegeven. Op basis van een aantal gegevens is een aantal Brabantse natuurdoeltypen beschreven. Te denken valt daarbij aan zandverstuivingen, moeras, bos, heide en dergelijke.

De provincie streeft ernaar om binnen de door haar ontwikkelde visie, gebieden om te vormen tot de gewenste structuren. In de doelstellingen ten aanzien van natuur en landschap stelt men zich ten doel het behouden, versterken, herstellen en ontwikkelen van karakteristieke en/of zeldzame bedreigde of moeilijk vervangbare natuur- en landschapswaarden. Voorbeelden daarvan zijn natte soortenrijke schraalgraslanden (onder andere Blauwgrasland), gebufferde vennen, broekbossen, vochtige soortenrijke loofbossen, kleinschalige beekdallandschappen, alsmede plantensoorten zoals de Spaanse ruiter, Slanke sleutelbloem en Eenbes. In de populatie dieren zijn met name de watersnip en das nadrukkelijk in beeld.

Maar ook het vormen van aaneengesloten natuurgebieden om zodoende negatieve effecten te verkleinen, de beheerbaarheid te vergroten en om zoveel mogelijk lokale grondwatersystemen, landschapsecologische relaties te kunnen behouden dan wel te herstellen, passen in die doelstellingen. Daarnaast beogen die doelstellingen het herstellen van droge en natte verbindingszones via beken, waterlopen, dekzandruggen, dijktaluds en bossen om hiermee de relaties tussen de gebieden te verstevigen en isolatie van populaties op te heffen.

SUBSIDIEREGELINGEN
Volgens gedeputeerde Verheijen biedt de nieuwe subsidieregeling voldoende armslag om op termijn agrariërs te weren uit de omgeving van kwetsbare natuurgebieden. Uitgaande van een zonering van 250 meter ten aanzien van extreem kwetsbare cultuurwaardevolle plekken ziet de gedeputeerde vooral heil in goed overleg met de betreffende eigenaren of beheerders van dergelijke gronden, mede aan de hand van de uitkomsten van de Reconstructiecommissie. Hij voorziet daarbij overigens wel dat effectuering wel eens een kwestie van lange adem kan zijn; de aanpak via onteigening ziet hij slechts als laatste optie. Ook de weg om middels gemeentelijke bestemmingsplannen dwangmatig te kunnen opereren, ziet de gedeputeerde niet als de ideale aanpak.

Het aanbieden van ruilgronden aan agrariërs, gekoppeld aan een optimale schadevergoeding komt hem voor als de meest geëigende manier uitvoering te geven aan de provinciale plannen. Die laatste optie kan zelfs een periode van dertig jaar inhouden waar het gaat om compensatie van waardevermindering bij het aanpassen van agrarische eigendommen aan de voorwaarden van de natuurgebiedsplannen.

Dat de voorgenomen ontwikkeling niet één-twee-drie zal zijn gerealiseerd wordt duidelijk als men bedenkt dat het in Brabant alleen al handelt om zo'n vijftig natuurgebieden. Boxtel krijgt binnen de plannen te maken met onder andere Het Groene Woud, De Geelders, vallende onder het overkoepelende plan Dommel-Noord. Onder dat plan valt als voorbeeld ook het Bossche Broek, waarvan de provincie de intentie uitspreekt dat gebied nog te willen vergroten op Vughts grondgebied. Eerder al verschenen publicaties over de realisering van een ecoduct over de Rijksweg om de Kampina ecologisch te verbinden met de Geelders.




25 oktober 2001

Terug