THEMADAG MEIERIJ IN 'KUNSTKRING' OISTERWIJK

'Platteland moet stad niet als bedreiging zien'

De samenvoeging van een aantal natuurgebieden tot Het Groene Woud in de stedendriehoek Tilburg, Den Bosch en Eindhoven is allang geen toekomstmuziek meer. De koppeling van gebieden als de Kampina, de Mortelen, de Scheeken, het Dommeldal en de Geelders wordt breed gedragen, zo bleek woensdag 10 oktober tijdens de themadag Meierij in de bomvolle zaal van 'De Kunstkring' in Oisterwijk. Dit jaar stond Het Groene Woud centraal; een plan dat ook wel eens omschreven wordt als de groeidiamant in de Meierij.

Voor de realisering van een natuurpark van 7000 hectare in de stedendriehoek is een goede samenwerking tussen dorpen en de grote steden volgens de betrokkenen van groot belang. ,,Wij zijn als grote stad geen vijand van Het Groene Woud, maar willen een partner zijn van de gemeenten in het gebied", zei de Tilburgse wethouder Roel van Gurp tijdens een forumdiscussie. Van Gurp stelde dat de tijd dat de stad op het platteland neerkeek en de kleinere gemeenten de grote steden als een bedreiging zagen voorbij moet zijn. ,,Door goede samenwerking tussen Tilburg, Den Bosch en Eindhoven en de gemeenten in Het Groene Woud kunnen we elkaar helpen. Wij zijn niet van plan om te fungeren als vrijblijvend toeschouwer en met onze rug naar Het Groene Woud te gaan staan. We willen een partner zijn. De stad kan niet zonder een waardevol en prettig natuurgebied."

In een prachtige filmdocumentaire over Het Groene Woud werd de vraag gesteld of het stedelijk netwerk 'BrabantStad', de naam waaronder de vijf grote Brabantse steden met de provincie werken aan het realiseren van hun gezamenlijke ambities, een bedreiging vormt voor Het Groene Woud. Van Gurp: ,,BrabantStad en Het Groene Woud zijn niet strijdig met elkaar. BrabantStad kan niet zonder Het Groene Woud en Het Groene Woud kan niet zonder BrabantStad. We moeten de relatie stad-platteland versterken."

UNIEKE POSITIE
BrabantStad vormt nu al een factor van grote economische betekenis en wil zijn 'unieke positie' en de economische kracht beter gaan benutten. De vijf steden zetten daarom in op uitbreiding van de economische activiteiten en een betere bereikbaarheid. De vijf steden zullen volgens de betrokkenen verder groeien, maar niet ver buiten de eigen grenzen. Ook gebiedsgedeputeerde De Meierij Lambert Verheijen liet gisteren weten ervan overtuigd te zijn dat BrabantStad en Het Groene Woud elkaar niet in de weg zitten. ,,Integendeel, die twee hebben elkaar nodig en kunnen veel voor elkaar betekenen. BrabantStad is zeker geen bedreiging voor Het Groene Woud", aldus Verheijen.

,,De provincie, de gemeenten in het Het Groene Woud en de grote steden moeten elkaar intensief opzoeken om tot goede resultaten te komen. Het is alleen lastig om al die bestuurders samen aan tafel te krijgen, want er zijn nogal wat gemeenten die vertegenwoordigd zijn in Het Groene Woud."

SPOORLIJNEN
Uit de documentaire en de forumdiscussie bleek dat het realiseren van een groot natuurpark niets te maken heeft met de bouw van wegen, spoorlijnen, intensivering van de ruimte en dynamische woon-werkcomplexen, want Het Groene Woud moet volgens de plannenmakers een toplocatie worden voor ruimte, rust, natuur en cultuur. Tijdens de forumdiscussie werd ook duidelijk dat Het Groene Woud straks een alternatief moet worden voor de dynamische en snelle stedelijke omgeving.

Een heet hangijzer in de plannen is de rol van de landbouw. Volgens de Boxtelse wethouder Ger van den Oetelaar, tevens voorzitter van het Innovatieplatform Duurzame Meierij moet om het natuurpark dat gaat ontstaan een agrarisch landschap komen van hoge kwaliteit, waarin boeren hun activiteiten afstemmen op de natuur en recreatie. In samenhang met cultuurhistorische waardevolle elementen in dat landschap vormt het gebied een aantrekkelijke verblijfplaats voor de recreant en een leefbare omgeving voor plattelanders.

,,Het Groene Woud biedt de landbouw keuzemogelijkheden", aldus Van den Oetelaar, die verwacht dat de ontwikkeling van het plan een uitgelezen kans is voor boeren om aan allerlei bedreigende ontwikkelingen in de agrarische sector te ontsnappen. ,,Steeds vaker zal blijken dat boeren in de Meierij niet meer kunnen produceren voor de mondiale markt. In plaats van te stoppen kan de boer kiezen voor iets nieuws. Agrariërs kunnen zich gaan toeleggen op streekproducten of kleinschalige recreatie zoals kamperen bij de boer of hun producten in de eigen regio afzetten", liet hij eerder al in deze krant weten.

Van den Oetelaar ziet voor boeren ook een rol weggelegd om onder verantwoordelijkheid van natuurbeschermingsorganisaties de natuur te gaan beheren ,,Een kwalitatief hoogwaardig natuurgebied biedt extra kansen voor verbrede landbouw en recreatie en draagt bij aan een aantrekkelijk woon- en werkmilieu. Natuur is de borg voor de toekomst, daar zijn de boeren van afhankelijk. Daarnaast moeten we blijven investeren in cultuurhistorische waarden."




11 oktober 2001

Terug