![]() |
FRUSTRATIES DOOR LEESZWAKTE OF DYSLEXIE
Niet ieder kind vindt lezen leuk![]() Het thema van de kinderboekenweek die tot en met 13 oktober gehouden wordt - 'Lezen over je hobby' - richt zich nu ook eens op kinderen voor wie lezen helemaal niet zo leuk en vanzelfsprekend is. Er zijn kinderen die een uitgesproken hekel aan boeken hebben, kinderen die doodsbenauwd zijn voor een leesbeurt in de klas of kinderen die zich dom voelen omdat ze nu eenmaal niet zo snel kunnen lezen als hun klasgenootjes. Samen met remedial teacher Francien Maas en Ans von Harenberg van de bibliotheek praten we over leeszwakke en dyslectische kinderen, maar ook over kinderen die gewoon liever buiten spelen dan lezen. Voor hen is het een uitdaging om ze tóch voor boeken te interesseren. En hoe kan dat beter dan via een hobby. Francien legt het verschil uit tussen kinderen die leeszwak zijn en kinderen die dyslectisch zijn. ,,Leeszwakke kinderen hebben niet de technische vaardigheden om goed te kunnen lezen. Door veel oefenen, ze boeken op hun niveau aan te bieden, woordspelletjes en ze te motiveren, kun je daar best veel aan doen." Dyslexie is een heel ander probleem. Daarbij gaat het om een leesstoornis, waarbij het herkennen van letters en combinaties van letters geen automatisme wordt en bij het lezen en schrijven problemen oplevert. Kinderen raden in de context maar wat er staat of spellen letters en herkennen vervolgens toch het woord niet. Volgens Francien, die zelf vier ochtenden op een basisschool in Geffen werkt en 's middags in Boxtel praktijk aan huis heeft, wordt aan dit probleem op alle basisscholen veel aandacht besteed. ,,Er zijn landelijk zelfs protocollen en richtlijnen voor basisscholen uitgegeven, want het is belangrijk om zo'n probleem zo vroeg mogelijk te signaleren. Dan zijn de kansen dat een kind er goed mee om leert gaan, best heel goed." Ze vertelt dat ze kinderen soms tot aan de vierde klas van de middelbare school blijft begeleiden. WOORDEN RADENVolgens Francien kunnen onderwijzers al bij de kleuters tegen dyslexie aanlopen. Toch wordt pas duidelijk als met het leesonderwijs wordt begonnen, dat er echt sprake is van leeszwakte of dyslexie. Tegen het eind van het derde leerjaar kan dyslexie worden vermoed. ,,Dan merk je dat kinderen letters niet vasthouden, ze gokken maar wat, ze raken gefrustreerd omdat ze merken dat anderen het wel kunnen, ze voelen zich vaak dom wat zich dan uit in faalangst en onzekerheid."Ze vertelt dat sommige kinderen met leesproblemen storend gedrag vertonen of leessituaties gaan vermijden. ,,Er zijn bijvoorbeeld kinderen die dan plotseling opvallend vaak naar de wc moeten", aldus Francien. ,,Komt de meester of juf dat tegen, dan wordt eerst hulp gezocht op school. Soms krijgt het kind dan begeleiding van een remedial teacher op school, maar soms kiest men voor begeleiding in een praktijk aan huis. Persoonlijk ben ik er voor die hulp los te koppelen van school. Dat werkt eigenlijk heel fijn." Ze vertelt dat ze dyslectische kinderen een tot twee keer per week hulp geeft en niet langer dan 45 minuten. Het plezier staat daarbij voorop. ,,Dat is het belangrijkste. Dat moeten we ouders ook altijd meegeven. Dat ze niet eindeloos met hun kind moeten oefenen tot het er helemaal geen zin meer in heeft. Dat werkt eerder averechts." Op speelse wijze leren kinderen stap voor stap ezelsbruggetjes om letters en vooral combinaties van letters en dus ook woorden te herkennen. ,,Als dat lukt, krijgen die kinderen weer een prettig gevoel. Het moet vooral in een ontspannen, leuke sfeer waarbij je probeert aan te sluiten bij de leefwereld van een kind." En wat is dan een mooiere insteek dan een hobby, een lievelingsdier of iets waar ze helemaal enthousiast over zijn. NEGATIEVE SPIRAALAns von Harenberg, hoofd van de jeugdafdeling van de Boxtelse bibliotheek noemt moeilijk lezende kinderen 'de krenten in de pap'. ,,Die heb ik het liefst", straalt ze. ,,Het is natuurlijk heerlijk om kinderen in de bieb binnen te krijgen die boeken verslinden, maar die komen er toch wel. Het liefst heb ik te maken met kinderen die lezen helemaal niet zien zitten of die er de grootste moeite mee hebben. Om die zo ver te krijgen dat je ze toch plezier in een boek mee kunt geven, dat vind ik echt het mooiste dat er is."Naast leeszwakke en dyslectische kinderen doelt Ans ook op kinderen die gewoon niet graag lezen. ,,Annie M.G. Schmidt zei het al: er zijn lees- en leefkinderen. En die laatste groep speelt liever buiten en heeft gewoon een hekel aan lezen." Ans kan zich er wel iets bij voorstellen, maar vindt het van 'levensbelang' om deze kinderen toch te stimuleren om zo nu en dan eens een boek in handen te nemen. ,,Anders komen ze in een negatieve spiraal terecht. Als je niet leest, verlies je die basisvaardigheid en op den duur pak je helemaal geen boek meer uit de kast." Het Rode Draadproject waar ze samen met de basisscholen het lezen op een enthousiaste manier promoot, loopt als een trein en werpt ook voor deze kinderen zijn vruchten af. ,,Ik zoek net zo lang tot ik ook voor hen een boek heb dat ze aanspreekt. Dan ga je kijken wat ze interesseert. Misschien zijn ze wild van voetbal, of is hun opa timmerman of schilder. Of misschien hebben ze een lievelingsdier of houden ze van stenen verzamelen. Er zijn prachtige kijkboeken, waar maar heel weinig tekst in staat, maar dan hebben ze wel een boek in handen en krijgen ze het gevoel dat een boek ook leuk kan zijn." ZOEKLICHTOok voor Ans staat als een paal boven water dat 'moeten' absoluut taboe is. ,,Het moet leuk zijn. Dat is een taak voor de ouders, de school en de mensen van de bibliotheek. Net zo lang praten en zoeken tot je iets hebt wat bij dat ene kind past. En echt hoor, ik heb het al een paar keer meegemaakt, dat bij kinderen ineens het kwartje viel en dat ze lol in lezen kregen. En dat is natuurlijk ge-wel-dig!"Ans vertelt dat in de bibliotheek diverse series staan voor kinderen die moeite hebben met lezen of kinderen die dyslectisch zijn. Daarbij is rekening gehouden met de leestechniek, die betrekkelijk eenvoudig is, terwijl het onderwerp tóch bij de leeftijd van de kinderen aansluit. Ze noemt de series Zoeklicht en Zoeklicht-plus, Wachtwoord en Klipper. ,,Dat zijn allemaal boeken met een heldere bladspiegel, korte zinnen, een pakkend verhaal dat meteen begint en helemaal aansluit bij de belevingswereld van het kind." Ook losse boeken zijn er genoeg, vertelt Ans. ,,Ik denk bijvoorbeeld aan 'Pudding Tarzan', die blijft gewoon fantastisch. Maar ik denk ook aan platenboeken en hobbyboeken of fotoboeken. Echt, er is voor ieder kind wat wils. Als ze maar eenmaal die drempel over zijn en daar willen we ze juist met het Rode Draad-project graag mee helpen."
|
4 oktober 2001 |